Copywriting: teksten zonder doel

Of het nu aan de vakantie ligt, maar… tekstschrijven is soms net als wandelen. Je kunt het op twee manieren aanpakken. Je kunt gewoon je schoenen aandoen en de deur uitwandelen. Een keertje linksaf. Een keertje rechtsaf. Zonder doel. Zonder idee van waar je precies heen gaat. Zonder kaart. Het voordeel van deze aanpak is dat je nog eens leuk kunt verdwalen. Op plekken kunt komen die niet in de boekjes staan.

De andere aanpak is ’s ochtends het weer te bekijken. Je route uit te stippelen op de kaart en deze mee te nemen. De juiste schoenen aan te doen. De juiste kleding voor zonneschijn en regen. Een rugzakje met eten en water over de schouder. Efficiënt en de kaart volgend, loop je, je route. Je hebt een doel, gaat er naar toe en komt ook aan.

Lekker verdwalen
Geen van deze aanpakken is fout. Je kunt aan een tekst beginnen zonder doel. Een rare afslag nemen. Geen bordjes achterlaten voor de reiziger/lezer en ze lekker laten verdwalen. Dit voorbeeld zal je snel zien bij een meer literaire tekst. Daar mag je soms in een hoofdstuk verdwalen zonder dat helder is waar het past binnen het grotere geheel.

Alle mooie plekken
Bij een commerciële tekst is het doel echter vaak zeer duidelijk. En de route erheen ook. We laten bordjes achter, in de vorm van tussenkopjes, en leiden de lezer naar een duidelijk resultaat. We nemen ze aan de hand mee en zorgen dat ze aankomen bij hun bestemming. We hebben goed nagedacht over de route en gezorgd dat deze langs alle mooie plekken leidt.

Duidelijke kaart
Zoals gezegd, voor beide vormen is plek. Maar als je commercieel tekstschrijver wil zijn, raad ik je aan de tweede aanpak te hanteren. Weet wat het doel van je klant is. Geef de lezer een duidelijke kaart en een heldere route door de tekst. Zorg dat de lezer niet verdwaalt. En zorg dat de lezer het doel bereikt. Want geen enkele opdrachtgever zal blij zijn met een verdwaalde lezer.

Personal Branding: Je CV als film

  

CV als film.

In deze post komen verschillende technieken samen.
1. Maak je CV mooi op als PDF.
2. Gebruik deze PDF als basis voor een Prezi. Dit is nodig om de kwaliteit te garanderen van je afbeeldingen.
3. Als je tevreden bent, capture de screencast van je Prezi en download als film.
4. Uploaden naar de bron van keuze.

Dit is een eerste experiment, dus zal nog niet ideaal zijn, maar gaat om het idee.

Copywriting: het belangrijkste advies in slechts vier woorden

Hoe langer ik in dit vak zit, hoe eenvoudiger de basis wordt. We kunnen lang en breed schrijven over de vele mogelijkheden om met onze lezer in contact te komen. We kunnen ellenlange posts schrijven. Maar eigenlijk is de basis simpel. Het geheim van een heldere tekst is terug te brengen tot slechts vier simpele woorden:

Vermoei de lezer niet.

Simpel toch? Hoef ik niet veel woorden aan vuil te maken. Zeker nu onze aandacht gefragmenteerd is. En verschillende bronnen om onze aandacht vragen. Of je tekst nu online staat of offline, houd je aan de basis.
  • Jargon? Vermoeiend.
  • Lange lappen tekst zonder witregel? Vermoeiend.
  • Te lange teksten? Vermoeiend.
  • Borstklopperij? Vermoeiend.
  • Direct naar de sales? Vermoeiend.
  • Schreeuwen? Vermoeiend.
  • Eindeloze opsommingen? Vermoeiend.
Wees gewoon een beetje aardige schrijver met inlevingsvermogen. Vermoei de lezer niet. 

Waarom ik geloof in Google+

Wat post ik waar en wanneer? Een vraag die iedereen die op Social Media actief is, wel eens zal bezighouden. 


Het was de basis van een discussie welke ik recentelijk had. Welk kanaal gebruik je nou waarvoor? Ik gebruik Twitter voor het doorzetten van mijn blogposts en het delen van interessante artikelen over copywriting. Maar ook voor random onzin. Een collega gebruikt Twitter vooral zakelijk. En is daar vrij strikt in. De random onzin en het persoonlijke bewaart hij voor Facebook – want daar zitten de vrienden. Ik meng daar eigenlijk ook weer zakelijk en persoonlijk. Bij LinkedIn was het tenminste duidelijk. Daar voert zakelijk de boventoon. 


Maar toch zette de discussie me aan het denken: wil ik wel zo nadenken over wat ik waar neerzet? En waarom al die verschillende kanalen voor verschillende doelgroepen? Weet je wel wat voor werk dat allemaal is?

Nu zijn we op mijn blog. Als ik een blogpost af heb, dan zorgt een programma ervoor dat deze direct wordt gedeeld naar Twitter en Facebook. Waarom? Gemakkelijk. Luiheid. Omdat het kan. Omdat mijn werk zowel zakelijk als persoonlijk is. 
Het gevolg? Mijn vrienden krijgen ook mijn blogposts te zien. En of ze dit waarderen laat ik even in het midden. Maar tussen het zakelijke van de blogposts staat op Facebook ook de onzin tussen mij en mijn vrienden. En oh er zit ook nog wat familie. Vervolgens kopieer ik de link ook nog even door naar LinkedIn – want zakelijk en altijd handig. En ik herhaal hem gedurende de dag nog een paar keer op Twitter. Beetje diffuus, maar elk op zijn eigen kracht belangrijk. 
In mijn statistieken kan ik vervolgens zien wat er gebeurt. Een piek in de bezoeken. Veel lezers van Twitter. Gedurende de dag een paar via LinkedIn. En soms een paar via Facebook. En om volledig te zijn, ook nog de mensen die gewoon via Google search binnenkomen. Een heel gedoe. 
Zo nu en dan gebeurt het magische. Er reageert iemand op mijn post in de comments. 
Hoera interactie! Een reactie verder sterft de discussie helaas een langzame dood. 
Maar wacht… daar ging het toch om? Interactie? Dialoog? 
En toen was daar Google+. 

Vreemd genoeg was ik redelijk snel binnen en ik begon met een testje per dag om een beetje kennis te maken met het systeem. Aanvankelijk snapte ik het nog niet zo, maar de afgelopen dagen is het me aardig helder geworden. 
Dit is een killer – MITS het de massa krijgt. Ik herhaal: mits het de massa krijgt.  
Waarom heb ik vertrouwen in Google+?
  • Persoonlijke content? Niet langer Facebook of Twitter nodig. Google+ en delen naar cirkel Vrienden. Daarna kan het in de comments zo onzinnig worden als je maar wil. En niet iedereen kan het zien. Een onderverdeling naar Kennissen, Familie en Vrienden voorkomt bovendien dat je beschamende dingen deelt die echt alleen voor je vrienden waren en niet voor je familie. 
  • Zakelijke content? Niet langer alleen LinkedIn nodig. Google+ en delen naar je cirkel Zakelijk. Maak je daarbinnen een verdere verdeling dan zou je zelfs gerichte posts voor gerichte doelgroepen kunnen maken. Ook het reageren op vragen in Groups kan zo worden vervangen door directe feedback. Twitter snelheid, maar nog wel leesbaar.
  • Blogpost? Eigenlijk heb ik niet eens Blogger meer nodig. Google+ heeft een redelijk simpele opmaak en mijn posts zijn toch vooral teksten. Maar zelfs als ik video of beelden zou gebruiken, geen probleem. Het tikt redelijk snel weg en met de integratie van Social Media buttons zou je het kunnen delen. Mits je dat nog wilt.
  • Comments: Commentaar leveren op content is vloeiend in Google+. Geen moeilijke log-ins. Direct reageren en de interactie aangaan. Ik schrok ervan hoe snel dit kan gaan, maar het is zeker verfrissend. Echte interactie. Echte reacties. Nu. 



Maar vooral: Don’t make me think: 

Ik hoef niet naar een ander kanaal te gaan. 
Ik heb geen kanaal per doelgroep meer. 
Ik hoef niet eens na te denken over de andere kanalen.
Ik hoef geen automatisering in te stellen om het over de kanalen en andere doelgroepen te delen. 
Google Plus zorgt dat ik niet hoef na te denken. 
Content maken, delen, interactie. Simpel zat. 
Moet ik nog ergens over nadenken? Jawel. Over segmentatie. 
Simpel gezegd: naar welke cirkel gaat mijn content? Daarvoor hoef ik niet van de site af. Ik hoef niet te copy-pasten, geen verkleinde url’s, geen 140 tekens limiet, geen onzinnige reclame en niet te doorgronden structuren door te ploegen. Ik moet alleen goed nadenken en kijken naar de mensen in mijn cirkels. Hey, wacht. Persoonlijke aandacht. Daar ging het toch om?
Daarom geloof ik wel in Google+. 

Copywriting: taalkronkels van collega’s

Heb jij er ook zo’n hekel aan? Zit je net lekker in de film, wordt deze onderbroken voor de reclame. Weg is het ritme. Weg is de spanningsboog. Weg is het verhaal. Ik heb echter iets gevonden op deze irritatie. Noem het beroepsdeformatie. Noem het raar. Hoe je het ook noemt, doe het eens en je reclameblokken worden beter te doorstaan.

Neem een schrijfblok. Neem een pen. En schrijf eens op wat voor rare woorden wij copywriters hebben verzonnen voor onze klanten. Een avondje reclame kijken, oh en er was ook nog een film, heeft mij alvast de volgende lijst opgeleverd. Bovendien geeft deze oefening inzicht in de rare sprongen die wij copywriters soms moeten maken om de kwaliteiten van de producten van onze klanten naar voren te brengen.

De lijst (vul gerust aan in de commentaren):

Rimpelmeter: – ja dames voortaan kunt u de rimpelmeter naast uw kraaienpootjes leggen om te zien of het smeerseltje effect heeft. We gaan u daadwerkelijk uw rimpels laten meten. Mooi woord toch?

Beautydeodorant: deodorant is voor onder je oksels. Beauty is iets met uiterlijk. Voortaan worden jullie ook gekeurd op de aantrekkelijke uitstraling van jullie oksels dames. Dus wees gewaarschuwd.

Meeneemformaat: deze vind ik nog niet eens zo heel erg, maar is eigenlijk wel mooi. Welk formaat? Nou een meeneemformaat. Stop je zo in je tas. Ongeacht hoe groot je tas is. Past altijd.

Nutrigloss: nutri heeft iets met voedselwaarde te maken. Gloss is om je huid te laten glinsteren. En dat in één woord? Moet het ik eten of op mijn gezicht smeren? Rare samentrekking. Voedende crème, met glittertjes. Raar.

Vliegwinkelen: waarom maken we niet een werkwoord van onze naam? Ik vliegwinkel. Wij vliegwinkelen. Rolt wel lekker van de tong.

Proefleven: is er iets nieuws ontstaan tussen leven en dood? Kunnen we voortaan ook proefleven? Hoe vind ik dit leven? Nou niet zo, ik breng het weer terug? Krijg je dan geld terug? Heeft natuurlijk met smaak en proeven te maken. Maar als woord kun je het dubbelzinnig opvatten. Het leven versie 1.0.

Verwenmoment: ik weet niet waarom, maar van deze krijg ik jeuk. Alsof je maar heel kort even mag genieten. Riekt naar Calvinisme. Het bekt wel lekker, maar blijft een beetje jammer.

Smaakbattle: smaak is iets van je mond. Iets van papillen. En daar gaan we nu mee strijden? Alleen al de samentrekking van Nederlands en Engels kriebelt een beetje. Smaakstrijd? Niks mis mee toch? Waarom is het een battle? Gaan we met onze tongen strijden? Ik houd hier maar op, maar het beeld is niet smakelijk.

Krasplezier: dat is toch wel een beetje jammer. Plezier halen uit het krassen. Veel plezier met je leven als dat het hoogst haalbare is. Krasplezier. Beetje sneu.

Grijsdekking: kan ik me voortaan verzekeren voor grijs? Het afdekken van grijze haren in één woord. Knalt er nou niet echt direct uit.

Probeer het ook eens. Het is altijd nog beter dan je irriteren.

Webcare is vooral symptoombestrijding

We zijn al ver gekomen met Social Media. Van revoluties via Facebook tot service via Twitter. Toch bekruipt mij het gevoel dat veel bedrijven het nog niet helemaal snappen. Zeker bij webcare zie ik veel symptoombestrijding. Webcare als geneesmiddel? Wat is dan de ziekte? En zijn we eigenlijk al iets opgeschoten sinds Dells Hell? 

De ziekte die ik signaleer, is dat bedrijven Social Media en webcare vooral achteraf inzetten. Als het kwaad al achter de rug is. Terwijl de onderneming vaak aan de voorkant verkeerd zit. De sales is opdringerig. De website ondoorgrondelijk. De regels onleesbaar. De service belabberd. Hoewel via webcare de pleister is gegeven om de pijn van de klant te verzachten, is er in de basis weinig veranderd aan de onderneming zelf. Zo wordt webcare dus eigenlijk onzinnig. 
Om mijn punt te illustreren een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk. Hier zijn nog wel andere voorbeelden mogelijk, het gaat even om de gedachtegang van de onderneming…
Een praktijkvoorbeeld
Deze week voelde mijn vrouw zich niet zo lekker. Griepje of een zware verkoudheid. Kan gebeuren. Hoe dan ook, ze voelde zich niet top. Als zij net een beetje aan het uitrusten is, wordt er aangebeld. Ze ziet via de intercom niemand beneden staan, dus opent de deur. 
Daar staat een verkoopster van een grote energieleverancier. Hoewel ze normaal niet op dit soort verzoeken ingaat, is ze zo overrompeld dat ze de verkoopster binnenlaat. Ze voelt zich niet lekker en wil het hele gesprek zo snel mogelijk achter de rug hebben. Aan het einde van het gesprek heeft ze een contract ondertekend om over te stappen. De sales is gelukt. Gefeliciteerd. 
Eenmaal bijgekomen van de schrik belt ze met de energiemaatschappij en laat de hele boel weer annuleren. Ze hebben daar begrip voor en gaan netjes met haar vraag om. Bovendien zijn ze verbaasd over de handelswijze van hun verkoopster. 

Ondertussen doe ik als zovelen. Ik uit mijn klacht op Twitter. 
Via een hashtag zie ik dat meer mensen last hebben van opdringerige salespersonen. Binnen een kwartier word ik gevolgd door iemand van de webcare-afdeling. Ik krijg netjes twee tweets: ‘Niet de bedoeling. Zo doen we dat niet. U kunt natuurlijk opzeggen. DM even uw gegevens en we maken het in orde.’ Bovendien worden we de volgende dag teruggebeld om nogmaals ons verhaal te kunnen doen en krijgen we de welgemeende excuses van de energieleverancier.

Perfecte case toch? In een PowerPoint gieten en langs de beurzen. Netjes afgehandeld? Niet meer zeuren….

Nou, nee. Want in de basis is het bedrijf dus niet veranderd. De verkoopster heeft niet ingezien dat mijn vrouw ziekjes was, maar ging voor de sales. Misschien is dat de cultuur. Misschien was dat haar eigen gedrevenheid.

Terwijl aan de ene kant de afdeling webcare dus moeite doet om mij te helpen, stuurt de afdeling sales morgen weer een legertje verkopers de straat op om aan te bellen. 


Een vicieuze cirkel?
Mijn probleem is opgelost – en ik moet zeggen heel netjes – maar de onderneming is aan de voorkant niet anders geworden. De webcare en de service achteraf is perfect, maar de voorkant nog steeds niet op orde. Dus blijven de klanten de Social Media kanalen opstromen om hun beklag te doen. En blijft de afdeling webcare het druk hebben. Een vicieuze cirkel.

Horizontaal en verticaal
Wat ik bij de nodige bedrijven zie is dat zij zeer blij zijn met hun webcare, maar niet hebben begrepen dat Social Media doorvoeren in je onderneming een horizontale en verticale aangelegenheid is. Als je producten niet beter worden, gaat webcare je niet helpen. Als de service in je winkel niet op orde is, gaat webcare je niet helpen. Als je medewerkers opdringerig zijn, gaat webcare je niet helpen.

Schaf het af!
Eigenlijk is de aanwezigheid van webcare zo dus totale onzin. Het is achteraf proberen op te lossen wat aan de voorkant niet nodig was geweest. Als je onderneming goed in elkaar zit, de voorwaarden helder zijn, je producten top en je service perfect… heb je eigenlijk geen afdeling webcare nodig.

Dus als je aan webcare doet, ga je diep schamen! Zorg dat je deze afdeling kunt afschaffen.

Social Media is een state of mind. We hebben het niet over B2B of B2C, maar over H2H – human to human. Dat vraagt erom dat je onderneming van hoog tot laag en van links naar rechts snapt wat een social media insteek van business is.

Het belangrijkste onderdeel van webcare is nog steeds CARE.

Geef je er ECHT om hoe je met je klanten omgaat? Of blijf je pleisters uitdelen?