Social Media is gewoon corporate communicatie, behandel het dus zo

Een simpele vraag… waarom zou je Social Media niet zo benaderen als elk ander corporate communicatiekanaal of middel? Waarom niet? Dat klinkt als een open deur, tenzij je de volgende punten meeneemt. Uit de praktijk. Geen theorie…

Ik hoef geen discussie te voeren over het nut van een corporate brochure.
Ik hoef geen discussie te voeren over het nut van een heldere producten en dienstenportfolio.
Ik hoef geen discussie te voeren over het nut van een missie en visie.

Allemaal corporate communicatie. 

Soms offline. Soms online. 
Geen discussie. 
Het is volstrekt logisch dat het moet.

Ik ga dan ook al vele jaren met klanten in discussie over de inhoud van deze corporate communicatiemiddelen. Het moet echt kloppen. Kloppen bij de onderneming, de mensen achter – en de mensen in de onderneming. 

En daar hebben we veel voor over. 
Een missie en visie kan vaak uren aan worden gesleuteld. Een producten- en dienstenportfolio op de website heeft me al heel wat vergaderingen gekost. De corporate brochure heeft vaak een concept of zes achter zich voor een definitieve gedrukte versie wordt gekozen.

Waarom moet ik dan wel discussie voeren over het nut en de ROI van Social Media… is dat anders dan die andere communicatiemiddelen dan?

In principe is Social Media niets anders dan elk ander corporate communicatiemiddel. Je moet het dus met dezelfde intensiteit benaderen. Met hetzelfde gevoel de woorden op een weegschaal plaatsen. Kijk naar je corporate communicatie. Wat beloof je? Kijk naar een vertaalslag naar online. Wat doe jij voor deze belofte online? Kijk naar relevante content die hierbij hoort en stap af van het idee dat Social Media niet net zo belangrijk is als al je andere corporate communicatie.

Het is geen speeltje van de communicatieafdeling. Je kunt het niet langer wegzetten als geldverslindende hype. En je zult er op corporate niveau over na moeten denken. Met de bijhorende manager.

Het is namelijk veel belangrijker.

Belangrijker dan de brochure – die we weggooien.
Belangrijker dan je missie en visie – die we niet geloven, tenzij je het waarmaakt.
Belangrijker dan je producten en dienstenportfolio – die generiek aan je concurrentie is.  

De klanten zijn namelijk geen roepende in de woestijn meer. 
De klanten worden sterker, machtiger en zetten zichzelf centraal. 
Maak jij de belofte uit je missie en visie waar?
Leef jij naar de tekst van je corporate brochure? 
Ik zou het maar gaan doen, want de klant heeft je al jaren door. 
En na jaren van machteloosheid, voelt deze een ongekende kracht. De kracht van Social Media.

Dus kies maar… Komt er een manager binnen de onderneming die snapt dat het hele online spel bloedserieus is? Die op managementniveau – dus tussen de bazen – met een krachtige stem duidelijk maakt dat Social Media net zo belangrijk is als de herdruk van de corporate brochure? Ik denk dat ondernemingen er niet langer omheen kunnen.

Benader Social Media met de intensiteit van corporate communicatie of accepteer de imagoschade. De keuze is aan u.

Social Media Club Rotterdam: innovatie, startups en complexiteit met Joris van Heukelom

We zouden het bijna vergeten, omdat we er dagelijks inzitten, maar de innovaties gaan sneller dan ooit. Veel van de techniek die we nu heel logisch vinden, bestond vijf jaar geleden niet eens. En de toekomst is dichterbij dan we denken. “Explore the places where the future already happens”, is dan ook de boodschap waarmee Joris van Heukelom zijn presentatie opent. Om vervolgens de bezoekers van Social Media Club Rotterdam (#smc010) in een hoog tempo door startups, innovatie en wat we hier allemaal van kunnen leren, mee te nemen. 

“U moet vooral niet gaan lunchen met consultants, maar gewoon uw blik naar buiten richten en uw gezonde verstand gebruiken”, vertelt Heukelom in een aangename mix van Vlaams en Nederlands. “De wereld is transparant geworden. Iedereen legt alle informatie openlijk op tafel, daar kunt u uw voordeel mee doen. Maar doe zo nu en dan ook uw laptop eens dicht. Neem de tijd om rustig na te denken.”

Het is de opening van een avond waarin Heukelom in een razend tempo drie punten helder maakt.
1. De toekomst is al gaande, kijk maar mee naar recente startups.
2. De mensen achter deze startups verschillen in grote mate van mensen binnen de corporate wereld. 

3. Dankzij de nieuwe technieken van deze startups kunnen we de complexe wereld om ons heen beter gaan begrijpen.

1. De toekomst is al gaande
“Om te beginnen zal ik u meenemen langs twintig startups. Zo kunnen we zien wat er nu al allemaal gebeurt.” Vervolgens toont Heukelom een brede selectie aan startups uiteenlopend van Mykea, Cleeng, Mingle, Curbnb, Zwapp langs 22tracks, Skillshare en Vitadock tot het briljante 404Sponsoring. Na deze korte inleiding in de vele mogelijkheden vervolgt Heukelom zijn betoog. “Zoals u ziet, gebeurt er heel veel. Als je hier naar kijkt en je zet de wereld van de startup af tegen de corporate wereld, dan vallen enkele punten op over deze mensen.” Punten waar wij dus ook wat mee kunnen, als we ons er maar in verdiepen. Door de blik naar buiten te richten.

2. De mensen achter deze startups verschillen in grote mate van mensen binnen de corporate wereld.

1. I Spy an ecosystem
“Ten eerste: I spy an ecosystem. De startup-mensen focussen op een deel van het ecosysteem en niet het geheel”, legt Heukelom uit. “Als je bijvoorbeeld kijkt naar een uitgever van lesmiddelen voor het onderwijs, dan kan een startup hier veel gerichter in werken. De uitgever heeft rekening te houden met de onderwijsinstelling, de ouders, de regering, het kind en vele andere partijen om het middel heen.” Het gehele ecosysteem dus. “Een startup kan zich op een haast B2C-achtige manier focussen op ‘wat moet het kind eigenlijk leren?’. Die kan heel gericht werken voor het kind en de ouders. Dat ondermijnt de publisher. Aan de hand van nieuwe technologie kan de startup namelijk veel meer en veel directer op de wensen inspelen.”

2. Begin met de Why?
“Vertrek vanuit het ‘waarom’ in plaats van het ‘wat’. Vraag iemand wat ze doen en ze vertellen over hun productportfolio en hun dagelijks werk. Ga je een stap verder, dan vraag je ‘Hoe ze het doen?’. Maar de werkelijk belangrijke vraag is de Why, waarom? Waarom doe je wat je doet? Persoonlijke drijfveren zijn voor mensen binnen een startup extreem belangrijk. Voor de meeste mensen in de corporate wereld is echter salaris en overleven belangrijk. Zij hebben een andere why, dan de mensen achter de startup, dat maakt een groot verschil.”

3. Nerds doen het goed.
“Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk zijn we allemaal nerds. En nerds maken in deze tijd van tegenspoed toch nog veel geld. Dat komt door twee punten: Hyperproductivity en Hyperdistribution. Ze kunnen heel snel produceren – veel sneller dan de corporate wereld – en via Social Media hun producten heel snel verspreiden naar een hele grote doelgroep. Voor de corporate wereld is dit slecht nieuws. Vergeet niet: tien jaar geleden was dat nog niet zo, maar vanwege de hedendaagse techniek kunnen startups heel snel produceren en heel snel distribueren.”

4. Grand design thinking
“Grote bedrijven denken eerst alles uit. En maken hiervoor heel veel Powerpoints. Daarvoor heb ik de volgende formule. ‘APSM is not a KPI = Average Powerpoint Slides per month is not a KPI’. Alles moet binnen de corporate wereld van te voren helemaal worden uitgedacht. Startups nemen eerst een stap en denken dan pas na, want ze kunnen snel aanpassen.” En daarom kunnen ze sneller reageren.

5. Linker hersenhelft / rechter hersenhelft
“Bent u van de linker hersenhelft of van de rechter hersenhelft? De nieuwe generatie denkt niet langer in linker – en rechter hersenhelft, maar maakt constant een connectie tussen de twee hersenhelften. Ze zijn zowel analytisch als empatisch. Zowel goed in feiten als in de gevoelens van de eindgebruiker.”

Heukelom vat nog eens samen. “We zijn deze presentatie begonnen, met kijk naar buiten, want de toekomst is al gaande. Daarna hebben we de startup-mensen naast de corporate mensen gelegd en duidelijke verschillen gezien. Dan gaan we nu in op de vraag welke gevolgen dit heeft.” Want dankzij de nieuwe technieken van deze startups kunnen we de complexe wereld om ons heen beter gaan begrijpen.

Constante acceleratie
“De time to market bij de corporate omgeving is twee jaar. Die van een startup is twee weken. Niet alleen zijn de nerds in staat tot hyperproductiviteit en hyperdistributie, dankzij de groei van mobiele apparaten worden deze processen ook nog eens versneld. De ontwikkelingen maken nu zo’n acceleratie mee, dat een ieder van ons er wel eens misselijk van wordt. Wat de mensen achter de startup echter zeggen is: ik mis dingen die deze complexiteit reduceren en ze doen er iets aan. Om de constante acceleratie tegen te gaan zullen we dus vooral technologische ontwikkelingen zien die de complexiteit reduceren.”

De complexiteit reduceren
Wat voor technologische ontwikkelingen kunnen we verwachten? Heukelom neemt ons als afsluiter langs enkele belangrijke trends, welke de komende jaren moeten gaan zorgen voor een reductie in complexiteit.

1. “Collaboration and visualization. Hierbij werkt men samen om een bepaald probleem visueel inzichtelijk te maken aan de hand van kaarten en meldingen.”

2. “Second Screen. Eigenlijk doen we dit al heel lang. We werken op de laptop terwijl we TV kijken of twitteren over een uitzending. Dit zal steeds verder gaan en zeker bij live evenementen een belangrijker rol gaan spelen.”

3. “Gesture Based Browsing. Hierbij surf je over het internet door met je handen te bewegen voor het beeldscherm. Dat wordt ook heel belangrijk bij het Online Funshoppen.” Denk aan de film Minority Report, het is hier.

4. “Daarnaast heb ik ook veel vertrouwen in Experience Roaming. Het gaat niet meer om de telefoon, maar om wat je allemaal hebt geregeld met je telefoon. Als je dat allemaal seamless aan elkaar weet te sluiten, dan kan dat heel veel complexiteit verminderen.”

5. En als laatste ontwikkeling noemt Heukelom ‘Augmented Reality Apres le Hype’. “Elke realiteit buiten kan een trigger zijn voor een virtuele realiteit. We staan nog maar aan het begin.”

Al met al een volle presentatie, de link met Social Media was soms ver te zoeken, maar wel één waarmee alles weer eens in de context is gezet. Ik vrees dat ik hier nog wel een tijdje op zal kauwen.

OMG! Oversharing Mommies just killed my Facebook

Lieve Facebook. Het spijt me. Maar ik denk dat het voorbij is tussen ons. Dat ligt niet aan jou. Je doet de dingen die je doet best goed. En die problemen met privacy die vergeef ik je. Maar de laatste tijd word ik een beetje ziek van je Facebook. Dat ligt niet aan jou, maar aan een nieuw spamvirus genaamd: The Oversharing Mommies.

Ik ben je een uitleg verschuldigd, natuurlijk. Want wat zijn de Oversharing Mommies?

Stel je het volgende voor lieve Facebook. Het is een zonnige ochtend. De koffie staat voor je neus te dampen. De zon schijnt warm op je rug. Je kommetje muesli staat geduldig op je te wachten. Met de ene hand pak je, je mok koffie voor een slok. En met de andere hand check je gelijk even de laatste updates.

En dan gebeurt het! Foto’s. Eindeloze foto’s. En eindeloze posts. Over poep. Over kots. Over hoe dit eten voor die reactie zorgt. De koffie komt met een even hoge snelheid weer terug. Gatverdamme! Het is nog geeneens acht uur en ik zit alweer tot over mijn oren in de virtuele babypoep.

Dat hoef ik niet virtueel te doen. Dat kan ik IRL doen. Ik heb zelf een kind. Maar serieus hoor. Hoe de stoelgang van jouw kind is, hoef ik niet te weten. Hoe de luier er vandaag uitzag. Bespaar me. Dat jouw lieve kindje de muren in verschillende tinten groen heeft gespoten. Het zal wel. Hou het voor je.

Helaas is het dezelfde reden waarom het ook al mis ging met mijn ex Hyves. Moeders (en vaders) die letterlijk elke scheet van hun kroost delen. Voor wie is dat boeiend? De mensen die zelf kinderen hebben, weten hoe erg het is. De mensen die geen kinderen hebben, hoeven het niet te weten.

Dus Facebook, tenzij je een filter weet te vinden voor de Oversharing Momies, ben ik weg.

Alle liefs,

Copydimitri

Content: wordt de klant daar nou blij van?

Ik zie het vaak, vooral bij technische bedrijven, een bulk aan technische content op de website. Bij veel ondernemingen in de internetwereld komt nu eenmaal veel techniek kijken. En dus staat die techniek op de een of andere manier op de voorgrond. Maar… wordt de klant daar nou blij van?

Ik denk van niet. De klant is namelijk niet de techneut. En de techneut heeft zeker niet de koopkracht om iets te zeggen over de aanschaf van jouw mooie techniek. Dus voor wie is die technische informatie? De klant is een marketingprofessional of een communicatiemanager. En die weet net zoveel van de techniek als jij of ik. Die is op zoek naar een oplossing. Waarom zou je hem of haar dus vermoeien met de techniek?  Het maakt me niet uit hoe je het doet, als het maar werkt.

Techneuten praten met techneuten
De vraag: ‘wordt de klant daar nou blij van?’ is er een die ik vaak stel als ik praat met een potentiële klant over een rewrite van hun website. De uitdaging komt namelijk steeds neer op hetzelfde. De onderneming is technisch. De content is technisch. En de website draagt niet bij aan de bedrijfsresultaten. Verkeerde doelgroep. Verkeerde interne bron. Techneuten mogen praten met techneuten, maar niet op de website.

Wat heb ik aan je?
De vraag: wordt de klant daar nou blij van? borduurt eigenlijk verder op bekende Engelse vraag. what is in it for me? Wat heb ik aan jou? Dat is een heldere vraag, maar het antwoord formuleren is vaak nog niet zo eenvoudig. Tja je kan bij mij terecht voor een stukje consultancy. Wat heb ik aan jou? Ik bied ondersteuning bij het formuleren van blablablabla. Wat heb ik aan jou?

Emotie, emotie, emotie
Mijn vraag gaat echter nog een stuk verder. Hij draait niet alleen om wat ik aan je heb, maar of ik daar ook nog een beetje blij van word. Kijk naar je website. Kijk naar je content. Wordt de klant daar nou blij van? Wordt de klant blij van lange teksten met eindeloze opsommingen van technieken die hem of haar niets zeggen? Wordt de klant blij van de stock-fotografie die overal terugkomt? Wordt de klant blij van het feit dat het moeilijk is de contactgegevens te vinden? Wordt de klant blij van het feit dat niet helder is of al die techniek nou de gewenste oplossing levert?

Voor wie is het interessant?
Maar niet alleen bij technische ondernemingen kom je dit verschijnsel tegen. In mijn korte tijd bij de gemeente heb ik ook heel wat projectleiders af moeten houden van het overmatig plaatsen van beleidsinformatie. Voor wie is die informatie interessant? Voor de burger? Ik denk van niet. De burger heeft een probleem en is op zoek naar een oplossing. Die kan het niet boeien binnen welke kaders en processen het project loopt. Die wil alleen dat er iets wordt gedaan aan de los liggende stoeptegel of de snelweg door de achtertuin.

Blijf vragen
Stel jezelf dus constant de vraag: wordt de klant hier nou blij van? Wordt de klant blij van technische informatie? Nee. Wordt de klant blij van beleidsmatige informatie? Nee. De klant wordt blij van een oplossing. De klant wordt blij van een website die klopt bij het imago van je onderneming. Van een website die vertrouwen uitstraalt. Van een helder antwoord op: wat heb ik aan je? Van content die inzoomt op de oplossing en niet op de techniek. Van content die zegt: we gaan je niet vermoeien met de techniek, maar zorgen dat het gewoon werkt!

Social Media Club Amsterdam: gratis geld, webcare en Jonge Leeuwen

De Social Media Club. Een mooi verschijnsel in het landschap rondom de Sociale Media. Een maandelijkse offline bijeenkomst, waarbij een case tegen het licht wordt gehouden of een expert komt spreken. Een kans om van elkaar te leren en kennis te delen. Ik was er al vaker bij in Rotterdam, maar woensdagavond 19 oktober stond met dank aan Social Media Club Amsterdam een bezoek aan ING op het programma. 


“Eerlijk gezegd waren we de klant een beetje vergeten”, vertelt Harold Reusken, woordvoerder en specialist Social Media bij ING halverwege zijn presentatie. En dat daar verandering in moest komen, was wel duidelijk. Harold neemt ons – verbazingwekkend openhartig overigens – mee in de ontwikkeling van webcare binnen ING. Een verhaal dat gaat langs het samengaan met de Postbank, de kredietcrisis en een hoax over ‘gratis’ geld.

Hoe communiceer je dat?
“We zijn rond 2008 begonnen met webcare”, start hij zijn presentatie. “ING en de Postbank gingen samen en de vraag intern was vooral: ‘Hoe gaan we dit communiceren?’.” Daarbij werd al snel gekeken naar de traditionele – en eigen middelen. “Maar we waren het er wel over eens, als er discussie komt, dan kan deze ook op Social Media-kanalen plaatsvinden. En moeten we daar klaar voor zijn.” Je zou bijna zeggen ‘helaas’, maar de online discussie over de fusie viel wel mee. Eigenlijk viel de hele discussie wel mee. “Tja, de vragen bleven uit bij onze callcenters. En ook bij het webcare-team.”

Meerwaarde tonen
Het webcareteam had dus nog geen kans gehad om intern de meerwaarde te tonen. Tot in 2009 de kredietcrisis uitbreekt. “Dat is wel een enorme uitdaging, omdat de gevolgen voor de klanten lastiger zijn”, vervolgt Reusken zijn verhaal. “Al snel zagen we online vragen als: wat is eigenlijk de rol van ING binnen de kredietcrisis?, wat betekent dit voor mijn huis? Vragen waar we echt iets mee moeten.”

Back to basics
De kredietcrisis betekende letterlijk ‘back to basics’. “We moesten de klant weer centraal stellen. Dat waren we eerlijk gezegd een beetje vergeten, door allerlei andere belangen, zoals het samengaan met de Postbank.” Terug dus naar ‘de klant centraal’. En webcare is daar een belangrijk onderdeel van. “We stellen ons proactief op binnen onze webcare. We willen antwoorden bieden en dus zijn we actief op zoek gegaan naar de klant. We willen luisteren naar de klant en op basis daarvan onze dienstverlening aanpassen en verbeteren. Daarvoor moesten we eerst weten waar onze klant zit.”

Begin met luisteren
Het team participeert hiertoe actief op online fora en Twitter. “Vaak gaat het overigens niet eens over het oplossen van het probleem, maar het feit dát er iemand luistert. Het hele verhaal begint met luisteren”, drukt Reusken de zaal met klem op het hart. “Wat dat betreft is de hiërarchische verhouding tussen de klant en ING gekanteld. Dat heeft zeker te maken met de impact van Social Media. De consument heeft een stem gekregen.” De klant stond misschien even niet meer centraal bij ING, maar heeft dus zichzelf centraal gezet.

Gratis geld!
Goed op orde die webcare zou je denken, maar toch liep het ING webcare-team in een even lullige als pijnlijke val: de hoax. “Op Hyves ontstond op een bepaald moment het gerucht dat door een storing gratis geld uit de ING-automaten zou komen. Dit gerucht werd opgepakt door de Twitteraars en kwam zo bij de reguliere media terecht.” Heel vervelend detail hierbij is dat het gerucht rond 22.00 uur ’s avonds in het leven is geroepen. En toen was het Social Media-team al naar huis. “We hebben ons hierdoor gerealiseerd dat Social Media echt iets van 24/7 is. Daar kun je niet op reageren door alleen tijdens kantooruren te monitoren. We hebben de processen aangepast, monitoren nu ook ’s avonds en hebben de uren van het team uitgebreid.” Weer wat geleerd.

Jonge Leeuwen
Vervolgens is het de beurt aan Jeroen de Bakker van Lab1111 om meer te vertellen over de online community Jonge Leeuwen van ING en de KNVB. “Waar dromen alle jongens en meisjes van die voetballen?”, begint hij enthousiast zijn presentatie. “Voetballen bij Oranje”, beantwoordt hij zelf de vraag. “Nederland is een voetballand en jongeren tussen de 6 en 12 jaar dromen van het Nederlands elftal. ‘Ooit speel ik daar’.”

Speel nu al mee
“Onze belofte met Jonge Leeuwen is dan ook ‘Speel nu al mee met Oranje’. Dat doen we door binnen Hyves een community op te zetten waar jonge voetballers alle aspecten van het leven van een Oranje-speler kunnen meemaken. Ze kunnen games spelen, zoals het nemen van penalty’s of meedoen aan interactieve video’s en zo een nieuwe voetbalmove leren.”

Crossmediale aanpak
De aanpak is duidelijk crossmediaal. “Naast de online community hebben we wekelijks ook zendtijd op Disney XD. We maken veel content voor de site en kunnen deze ook op de zender uitzenden, dat is natuurlijk een mooi kanaal. Bij de presentatie van Jonge Leeuwen hadden we ook een livestream met Bert van Marwijk direct op de site. Teams kunnen ook een training met Van Marwijk winnen en dat zorgt natuurlijk weer voor een mooi PR-moment.” Zo versterken online en offline elkaar.

Ervaringen delen
Het is niet alleen content delen en bekijken, de jongeren kunnen dus ook prijzen winnen. “Een actie die we bijvoorbeeld hebben is Voetbalvaderdag waarbij de kids samen met hun vader een training van het Nederlands elftal in de Kuip mee kunnen maken. We laten ze op zo’n dag echt voelen hoe het leven van een speler in het Nederlands elftal is. Van de bespreking tot de training kunnen ze alles meemaken. En die ervaringen kunnen ze vervolgens weer eenvoudig delen met hun vriendjes via het online platform.”

Goedlopend platform
Hoewel de bezoekers inloggen via Hyves, is dit op het platform niet te merken. “We maken wel gebruik van de techniek van Hyves, maar eenmaal op Jonge Leeuwen is alle branding gericht op de ING.” Als we kijken naar de businesscase van Jonge Leeuwen, dan is deze ook gericht op waardering voor het merk ING, toch al sinds 1988 hoofsponsor van het Nederlands elftal. 
Luisterend naar de cijfers, lijkt de website goed te lopen: 55.000 leden, waarvan 40.000 in de eerste drie maanden. Naar het programma op DisneyXD kijken gemiddeld 600.000 kijkers. Op het platform zijn ondertussen al 400.000 unieke bezoekers geweest. Niet slecht.

De volgende bijeenkomst van Social Media Club Amsterdam is op 16 november en gaat over Serious Request. Houd de Meetup in de gaten.

Content: ben jij de nieuwste variant Troll?

Zolang als we al internet hebben, hebben we Trolls. Ergerlijke mensen die niets meer willen dan aandacht. Om die aandacht te krijgen, gaan ze meestal stoken. Of vloeken. Of wat dan ook doen om een reactie uit te lokken. Hoe meer mensen boos worden op de troll, hoe beter zijn of haar dag is. Het middel hiertegen is eenvoudig: negeren. Daar kunnen trolls namelijk niet tegen. Met de opkomst van Social Media is de Troll echter verder geëvolueerd naar een heel nieuwe en gevaarlijke soort: de Ongevraagd Advies Troll. 

Voor ik verder inga op de Ongevraagd Advies Troll, zal ik eerst een praktijkvoorbeeld geven: deze week leefde er op LinkedIn een stevige discussie in een van de groepen. Het onderwerp was redelijk eenvoudig: breng in deze post je website onder de aandacht. Mooie manier om meer mensen naar je website te krijgen of inspiratie bij elkaar op te doen. Wie weet kunnen we wat van elkaar leren of kom je iemand tegen die iets voor je kan betekenen. Op zich een positieve post, met een positieve insteek.

Flamewar!
Toch liep ook deze post weer uit op een flamewar – zoals we de laatste tijd overigens wel vaker zien, maar dat terzijde. De basis was positief. Tot de Ongevraagd Advies Troll zich er mee ging bemoeien. In een redelijke uitvoerige reactie gaf de Troll namelijk Ongevraagd Advies over één van de websites. En dat advies was niet mals. Het was eigenlijk onversneden kritiek.

Ongewenst
Maar ja, daar sta je dan. Je website is net – onder de noemer advies – aan stukken geschoten. Moet je daar blij mee zijn? Moet je daar op reageren? Kun je deze Troll negeren? De reactie was voorspelbaar: de eigenaar van de website stelde het advies helemaal niet op prijs. Hij werd ook aardig pissig over de toon van de post. En de ‘adviseur’ zat zomaar middenin een flamewar.

Waarom? De bedoeling was toch goed? Ik geef je advies over hoe je website beter kan. Daar zou je blij mee moeten zijn! De ‘adviseur’ was echter een paar puntjes vergeten:

  1. Zijn advies was ongevraagd. De post ging over het onder de aandacht brengen van de website. Niemand heeft gevraagd voor een zouteloze kritiek op de website. Naast ergerlijk was de post dus off-topic.
  2. Een website is toch persoonlijk: kom aan de website en je komt aan uren bloed, zweet en tranen of minstens aan een aardige investering. 
  3. Het advies was publiekelijk: de maker van de website voelde zich waarschijnlijk te kijk gezet. Uit de vele websites was precies zijn website naar voren gehaald om kritiek op te leveren. Dat is niet fijn.
  4. Het riekt naar verkoop: veel ongevraagd advies komt over als een ongevraagd verkooppraatje. Dit en dat is mis. Als je het nou door mij had laten doen, dan was het nooit zo mis gegaan. En we houden niet van verkooppraatjes.
  5. De toon van de post was verkeerd: Ongevraagd werd een website tot op het bot kapot gemaakt. En daarmee de reputatie van degene die de website heeft gemaakt. Al zijn je bedoelingen nog zo goed. Let op de toon waarmee je iemand aanspreekt. Op internet gaat veel nuance verloren.  

Dit voorbeeld speelde toevallig op LinkedIn, maar ik zie het net zo eenvoudig terugkomen op Twitter, Facebook of GooglePlus. Volwassen mensen die in een puberachtige flamewar verzanden, vanwege ongevraagd advies.

Hoe voorkom je dat jij als een Ongevraagd Advies Troll wordt gezien?
  1. Vraag of je advies mag geven: altijd een goed beginpunt. Even vragen of mensen er wel op zitten te wachten.
  2. Vraag dit persoonlijk: spoor iemands gegevens op en stuur ze een mail. Doe dit niet in de openbaarheid, je zet iemand voor gek, hoe goed je bedoelingen ook zijn. 
  3. Let op je woorden: zeg niet dat het helemaal mis is, maar dat je een paar verbeterpunten ziet. Dat je die persoon vrijblijvend wil helpen met die verbeterpunten. Als ze hier interesse in hebben. 
  4. Zit niet te verkopen: als je denkt dat mensen zich verplicht voelen om jou in te huren op basis van je advies, dan zit je er naast. Je wordt gezien als een troll die off-topic verkooppraatjes zit te houden. Jouw reputatie gaat daardoor kapot. Niet die van je beoogde klanten.
  5. Blijf on-topic:  breng je advies niet naar het onderwerp. Start desnoods een nieuwe post. 
Conclusie:
Zolang er internet is, zullen er trolls zijn. Zorg dat je niet meegaat in de evolutie van de Troll. Geef advies als je dit doet vanuit de wil te helpen. Niet vanuit je wil te verkopen. En vergeet nooit dat alles openbaar is. Houd daar rekening mee. Maak het dus weer persoonlijk als je persoonlijk advies wilt bieden. Dat loont zich. Dat wordt gewaardeerd. Dat wordt gezien. En dan komen die vervolgopdrachten vanzelf wel. 

Copywriting: hoogste tijd voor een rewrite?

De rewrite. Krent uit het kommetje pap van de tekstschrijver. Zeker als het om een website gaat. Je gaat naar de opgegeven URL. Je wacht tot alle informatie er staat en het is direct duidelijk. Te formeel. Te technisch. Te veel naar binnen gericht. Te veel jargon. Te veel gedacht vanuit de eigen oplossing en niet vanuit de klant. Heerlijk! Een betere kans om als tekstschrijver je meerwaarde te bewijzen, kun je niet treffen. 

Bij een rewrite krijg je de kans om een website qua tekst, inhoud en toon weer even helemaal op nul te zetten. Het liefst zet je natuurlijk ook de structuur terug op nul, maar dit is niet altijd mogelijk – helaas. We kiezen een andere invalshoek. Een andere toon. Een andere manier om de klant door de informatie te loodsen naar het gewenste resultaat; vertrouwen.

Een directere vorm van meerwaarde tonen, kan ik me niet voorstellen. Je brengt helderheid in de chaos. Menselijkheid waar afstandelijkheid overheerst. Vaak krijgt de onderneming weer even helder wat ze eigenlijk aan het doen zijn, voorbij alle product/markt definities. De mensen kunnen weer even trots zijn op de onderneming. De website is weer prettig te lezen. En de tekstschrijver staat vol trots te glimmen.

Maar waarom is een rewrite soms nodig?

1. Ondernemingen zijn soms de basis kwijt 
Wat doen we ook weer? Wie zijn we? Wat maakt ons onderscheidend? De concurrentie strooit met jargon, dus laten we het zelf ook maar doen. Voor je het weet, ben je als lezer de weg kwijt. Wat heb je nu eigenlijk te bieden? W H A T –  I S – I N – I T – F O R – M E?

2. Ondernemingen zijn soms de basis kwijt 2
Als een onderneming groeit, kan het zijn dat deze zich op steeds meer producten en markten gaat richten in een poging bij te blijven. Misschien dat je die niet allemaal op één website moet willen plaatsen. Verschillende markten, verschillende triggers. Alles bij elkaar voegen in de hoop dat het vanzelf helder is… niet handig.

3. De tijden zijn veranderd
De website is niet langer een statisch uithangbord. Wij – de lezers – willen contact maken met de mensen achter de onderneming. Sorry, maar je zult moeten praten als een mens. Je weet wel, de toon die je aansloeg, voordat je met formaliseren, structuren en processen begon.

4. De basis is opgelegd door HQ
Allemaal leuk en aardig die corporate site en de huisstijl uit de VS, maar Nederlanders kicken niet zo op uitroeptekens. Rewriten dus. Weg met de stockfoto’s. Niet meer schreeuwen. Spreek je moerstaal.

5. Veel intern, weinig extern 
Elke onderneming kent zijn jargon. Leuk, maar zorg dat het binnen blijft. Vermoei je klanten niet met de interne kant. Wijs ze de weg naar de oplossing, niet naar de afdeling technische handleidingen.

6. De managers denken dat ze kunnen communiceren
Deze is dodelijk. Wijsheid uit een boekje, vertalen naar een website. Een grotere emmer bullshitbingo kun je niet voorstellen. Laat communicatie aan de vakmensen over. Run je business. Bied service. Maar laat het CMS met rust.

Dus. Kijk eens naar je website. Klinkt iets van deze zes punten je bekend in de oren? Dan is het misschien de hoogste tijd voor een rewrite.

Copywriting: into the great wide open

Into the great wide open 

Under them skies of blue
Out in the great wide open
A rebel without a clue

Zekerheid? Wat is zekerheid? In deze economisch barre tijden zullen velen zich vastklampen aan elke mate en vorm van zekerheid. Die baan houden we nog maar even vast. We slikken het gedoe nog wel even… Maar na de zoveelste reorganisatie en bezuinigingsronde ben ik wel een beetje klaar met zekerheid. Want waar ben ik zeker van? Ik ben zeker dat ik niet de regie heb over een belangrijk deel van mijn leven. En dat irriteert.

Zekerheid is een jaarcontract met een duidelijke en onvermijdelijke einddatum. Zekerheid is een stevige handdruk en de groeten. Zekerheid is “we willen je graag houden – je doet je werk goed -, maar we moeten kiezen.”

Dus wat doe je met al die zekerheden? Wat doe je na twee keer je jaarcontract te hebben voldaan? Wat doe je met een naderend ontslag? Wat zijn al je zekerheden waard?

Ik ben daar niet zuur over. Het hoort bij deze tijd. En deze tijd is moeilijk. 

Maar leg ik me er bij neer?

Nou, nee. Als een baan geen zekerheid meer te bieden heeft, waar klamp je, je dan aan vast? Wat doe je als de grassprietjes waaraan je bungelde, afbreken?

Ik heb besloten de ingebeelde zekerheid in te wisselen voor maximale onzekerheid. In deze economisch barre tijden. Met alle doemscenario’s op het nieuws, kies ik de volledige onzekerheid. Geef mij maar het duwtje uit het vliegtuig. Ik zie wel of de parachute open gaat.

Want met maximale onzekerheid, komt namelijk de volledige vrijheid.

Met andere woorden: ik ben opgehouden mijn zekerheden uit handen te geven. 

Ik ben eindelijk maar eens gaan ondernemen. 
Met ingang van vandaag ben ik ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als eenmanszaak. ZZP-er. Freelancer. In een vrije val met mijn hoofd vooruit. Geen vangnet. Geen helm.

En weet je wat? Het voelt goed! Het voelt sterk! Ik had het al jaren geleden moeten doen! 
Natuurlijk ben ik zo gek als een deur om in deze tijden een onderneming te beginnen. Natuurlijk weet ik ook niet of die parachute wel open gaat. Kijk gerust toe hoe ik te pletter val, zou ik zeggen.

Maar ik ben tenminste wel zelf verantwoordelijk. Dat is mijn enige zekerheid. En de enige zekerheid waar ik nog om geef. Als het fout afloopt, ben ik verantwoordelijk. Als de stroom opdrachten opdroogt, ben ik verantwoordelijk. Als ik er met de pet naar gooi, ben ik verantwoordelijk.

Is dat eng? Zeker weten!
Is dat spannend? Zeker weten!

Gaat dit goed aflopen? Geen idee…

Maar ik kan wel in alle zekerheid zeggen dat ik me nog nooit zo goed heb gevoeld. Into the great wide open… under them skies of blue!