Content: waarom je tekst ergonomisch moet zijn

Wat kunnen we als schrijvers leren van de wereld van ergonomen om onze content beter te maken? Welkom in de wereld van gebruiksvriendelijkheid.


Voor een schrijver draait veel om leesgemak. De lezer moet zonder haperingen, probleemloos door een tekst heen komen. Van kop tot conclusie. Zonder gedoe.

Soepeltjes glijden
Stel je hierbij een mooie, stevige houten tafel voor. Je strijkt met je hand zachtjes over het tafelblad. Is het oppervlak glad en glijdt de hand soepeltjes van de ene naar de andere kant? Of trek je verschrikt je hand terug en zit je met een splinter in je vinger?

Een eenvoudige beeldspraak, maar wel een essentiële om aan te geven waar we als schrijvers altijd naar streven. Het moet vloeien. Het moet lopen. En het moet overtuigen.

Een taak voldoen
Maar online gaan we verder… we streven niet alleen naar leesgemak, maar ook naar gebruiksvriendelijkheid. De lezer komt namelijk niet alleen om zich te vermaken. Om een overtuigende tekst te lezen voor zijn of haar plezier. Maar om een taak te voldoen. Ze zoeken informatie. Ze willen iets kopen. Ze oriënteren zich.

Maken we het moeilijk? Of dragen we bij?
En hoe kunnen we bijdragen aan een gebruiksvriendelijke leeservaring?

Gebruiksvriendelijkheid
Laten we eerst eens kijken naar de term zelf. Gebruiksvriendelijkheid of Usability is een concept dat door ergonomen wordt bestudeerd. Volgens Wikipedia is iets gebruiksvriendelijk wanneer “een beoogde eindgebruiker van een product het effectief, efficiënt en naar tevredenheid kan gebruiken. Zo’n product kan een website of een computerprogramma zijn, maar ook een koffiezetapparaat, auto of koffer.”

Bijdragen aan de reis
Veel websitebouwers houden zich al bezig met de gebruiksvriendelijkheid van de website. Ze zorgen dat je zonder problemen de call-to-action weet te vinden. Dat het aanmeldformulier overzichtelijk is. Dat je vertrouwen hebt in je omgeving. Dat je als bezoeker effectief, efficiënt en naar tevredenheid uit de website komt.

En de content?

Om duidelijk te maken hoe wij hier aan kunnen bijdragen, zoom ik verder in op de drie aspecten waar gebruiksvriendelijkheid om draait.

Is een tekst effectief?

  • Kun je doen waarvoor je bent gekomen?
  • Lees je de gewenste informatie en kun je hier wat mee?
  • Is deze informatie helder?
  • Bondig?
  • Zonder jargon?
  • Weet je wat je moet doen?
  • Is de tekst een antwoord op de taak waarvoor jij op het internet bent gegaan?

Is een tekst efficiënt?

  • Kun je datgene vinden waarvoor je bent gekomen binnen de tijd die je daarvoor hebt gesteld?
  • Moet je door lappen tekst worstelen of krijg je snel antwoord?
  • Is de gebruikte taal snel te begrijpen?
  • Kun je de tekst snel scannen?
  • Wordt er gewerkt met opsommingen?
  • Wordt er gewerkt met tussenkopjes?
  • Wordt er gewerkt met heldere hyperlinks?
Is een tekst naar tevredenheid te gebruiken?

  • Krijg je er een goed gevoel bij?
  • Klopt de tekst bij de omgeving?
  • Of is deze juist veel te formeel?
  • Word je er blij van?
  • Krijg je een goed gevoel bij de onderneming?
  • Krijg je een goed gevoel bij het product?
Effectiviteit. Efficiency. Tevredenheid. Drie aspecten om zeker eens over na te denken als je serieus bent over het schrijven van online teksten.

Leest je tekst gemakkelijk weg? Super! Maar leg deze ook nog even langs de usability-meetlat.

Conclusie
Net als bij gebruiksvriendelijkheid staat binnen onze teksten altijd de eindgebruiker centraal. We zorgen dat ze eenvoudig en plezierig door de tekst glijden, maar ook dat ze hun doelen effectief, efficiënt en naar tevredenheid behalen. Alleen dan dragen we met onze content bij aan een plezierige totaalbeleving.

*deze blogpost is al eerder verschenen op Contentgirls

Copywriting: waarom de lezer je grootste vijand is – en dit goed is

Eén vijfde van de mensen is tegen alles, altijd.
Robert Kennedy
Amerikaans jurist en politicus 1925-1968

Preken voor eigen parochie. Het gaat eenvoudig, maar schiet voor een copywriter eigenlijk geen meter op. Als schrijver heb je niets aan ja-knikkers. Aan mensen die het met je eens zijn. Hoe eenvoudig het ook is te verkopen aan je fans, voor een copywriter is deze doelgroep volledig oninteressant. Geef mij maar een vijand. Een nemesis. Een azijn drinkende, zuur kijkende, nagel aan de doodskist. Geef mij de klant from hell

Waarom?
Omdat hierin de grootste uitdaging zit.
En omdat hierin de grootste denkfout zit. 
Alles wat we doen, gaat uit van het positieve. 
Maar niet al onze klanten zijn positief. Er zijn er zelfs die ronduit negatief zijn.
Wie is de doelgroep? Wie is de persona? Allemaal blije, happy, positieve klanten toch? Zie ze glimlachend door onze winkel gaan. Alles voor zoete koek slikken is hun passie en leven. Zombies, lemmings en schapen.
Error!
Je vrienden en gelijken overtuigen van de voordelen van een product of dienst is eenvoudig. 
Ga maar na. Als ik een product al leuk vind, dan slik ik de voordelen en technische specs heel wat sneller. Ik zie hierin een bevestiging van mijn keuze. En die keuze is natuurlijk goed.
Gaap.
Maar een fervente vijand. Daarin zit pas een uitdaging. Dan moet je echt met argumenten komen. Dan moet je bewijsvoering helder zijn. Dan moet je tekst werkelijk overtuigen. 
Elke mogelijkheid die je vijand heeft om je tekst onderuit te halen, zal hij namelijk pakken. Je moet alles uit de kast halen. Met een minimale ruimte voor onzin. Elk voordeel wordt gepareerd. Elke genoegdoening opzij geschoven als een belediging. 
Richt je niet op je fans. Richt je op je vijanden. 
Richt je op die één vijfde van de mensen die tegen alles is. 
Altijd. 
Het zorgt voor teksten die werkelijk overtuigen. 
Als je van een vijand een vriend hebt gemaakt, dan ben je pas overtuigend bezig.
Conclusie
Maak niet alleen een positief beeld van je klant. 
Maar maak ook eens het negatieve plaatje. Zet die klant goed neer. Met al zijn ergerlijke gewoonten. Maak het overdreven. Dit is de klant from hell. Die het bloed onder je nagels haalt. 
Ga nu deze maar overtuigen. Veel geluk.   

Waarom Jack Kerouac bij elke copywriter in de boekenkast MOET staan

Goede tekst swingt. Zit los in de heupen. Vloeit. Beweegt. Soms langzaam, slepend, naar een uitbarsting. Soms snel. Rap. Als een machinegeweer. Ratatata. Een goede tekst, daar hoef je eigenlijk niet over na te denken. Die komt uit je onderbewustzijn. Die is al gemaakt voor je de computer aanzet. Die zit onder de huid. 

Is dat mijn eigen wijsheid?
Nee, maar ik heb hem me wel eigen gemaakt.
Door veel te lezen van mijn held: Jack Kerouac. Schrijver van het boek On the Road.

Oh dat zal dan wel een reclameman zijn?
Nee hoor. Jack Kerouac is de aanstichter van de Beat Generation.
Een generatie schrijvers die werkelijk alle grenzen van de taal heeft opgezocht. Vanuit het onderbewustzijn. Met een dikke dosis jazz en de nodige geestverruimende middelen. Nog voor dat hip werd bij de hippies.

Als je ooit wilt weten hoe snelheid klinkt, dan moet je Jack Kerouac lezen.
Als je wilt weten hoe Jazz voelt, dan moet je Jack Kerouac lezen.
Als je wilt weten wat muziek kan doen met je teksten… je weet het. Jack Kerouac.

Hij schrijft op de automatische piloot.
Hij schrijft met een dwingend ritme.
Hij gáát, zonder staccato te klinken.

Soms plakt hij volzinnen over meerdere regels, waardoor het klinkt alsof hij schrijft totdat hij buiten adem is en niet langer kan en hij met veel moeite – zwetend en uitgeput – de laatste punt zet achter zijn zin.

Soms is het juist kort. Klein. Trippelend.

In de teksten van Jack Kerouac zit muziek.
Zit ritme.
Zit gevoel.
Je danst door de tekst. Je vloeit door de tekst. Je zwiert door de tekst.
Als je eenmaal bent gegrepen door het ritme laat hij je niet meer los. Je gaat mee.

BANG! Hij pakt een solo. Als een trompettist blaast hij regel na regel de wereld in. Je VOELT het als je de letters leest. Je voelt hoe hij moet bijkomen na zo te hebben geblazen! Dan wordt de tekst weer wat kalmer.

Maar altijd gaat het door.  In een dwingend ritme. Het ritme van de nacht. Het ritme van doorgaan tot je niet meer kunt.

Begrijp je Jack Kerouac, dan begrijp je waarom muziek en goede tekst bij elkaar kloppen.
Begrijp je Jack Kerouac, dan wil je niets anders dan spelen met taal tot je, je eigen taal hebt.
Tot je, je eigen ritme voelt.
En je eindelijk ook je regels de wereld in blaast zonder na te denken over de gevolgen, want het voelt z o o o o g o e d.

Daarom moet je hem in je boekenkast hebben. NU.

Social Media en de vloek van schaal

Grote bedrijven en Social Media: ondanks alle goede initiatieven, vrees ik dat ze de plank mis zullen blijven slaan. Helaas, maar ze kunnen er eigenlijk niets aan doen. Hoeveel Social Media-goeroes ze er ook tegenaan gooien. Hoe hard ze ook proberen authentiek te klinken. Dat ze blijven falen, is namelijk een kwestie van schaal. De schaal klopt niet. Totaal niet.

Om deze stelling uit te leggen, neem ik je graag mee naar een winkelstraat zomaar ergens in Nederland. Op een dag ontdek je hier een nieuwe, leuke, kleine winkel. Een winkel waar ze taartjes, koekjes en andere zoetigheden verkopen. Daarnaast serveren ze een lekkere kop koffie. Geen snelfiltermaling, maar het goede spul.

Persoonlijk en warm
Achter de counter staat de eigenaar samen met zijn vrouw. Eén van hun zonen helpt mee in de bediening. Je wordt persoonlijk geholpen. Ze vertellen vol enthousiasme over hun eerlijke ingrediënten. Over de recepten die ze zelf hebben ontwikkeld. Ze nemen de tijd voor je. Je voelt je direct thuis in deze warme omgeving.

Tijd voor een gesprek
Het eten is heerlijk. De koffie is precies goed. En bij het afrekenen krijg je een warme hand van de vriendelijke eigenaar. Voor je het weet , kom je er wekelijks. De zaak loopt goed. En de tent zit vol. Maar altijd blijf je datzelfde warme gevoel hebben. Ze hebben het misschien druk, maar tijd voor een gesprekje zit er altijd in. En als er iets mis is, dan kun je dat zeggen en doen ze er direct iets aan.

Social Media-diploma
Dit is waar we eigenlijk allemaal een beetje naar terug verlangen. Het is een persoonlijke, warme benadering. Een menselijke. En eigenlijk, als we eerlijk zijn een hele normale.

Daar komt geen internet bij kijken.
Daar heb je geen Social Media-diploma voor nodig.
Je moet alleen de ondernemer zijn die het hoofd boven water moet houden en begrijpen dat je klanten zich thuis willen voelen. Wat je product ook is.

Gaan we terug naar de schaal. Want daar gaat het mis. Grote bedrijven proberen de toon te vinden die lijkt op het thuiskomen wat ik hierboven heb beschreven. Maar ze hebben er niet de juiste schaal voor.

Wat zit ze in de weg? Simpel gezegd… de industriële revolutie.

Door automatisering en industrialisering werd het makkelijker en vooral goedkoper om massa te maken.
Massaproductie.
Massamarkten.
Massaconsumenten.
Massacommunicatie.
Doelgroepen. Marktsegmenten. Meer en vooral goedkoper.
Je kan elke kleur krijgen die je wenst, zolang het maar zwart is.

Persoonlijke benadering
Maar op Social Media klinkt steeds vaker de roep naar het Kleine Winkeltje. Naar het warme contact. Het heet niet voor niets Social Media. We willen service. We willen een persoonlijke benadering. We willen het wekelijkse gezellige gesprek bij een kopje koffie. Geen callcenter.

Dus wat doen de grote bedrijven?
Ze bezoeken elk congres en hebben het licht gezien.
Ze veranderen hun gehele communicatie in een poging authentiek te klinken. Maar ze zijn het niet.
Ze gaan Twitteren. Maar zenden vooral.
Ze richten een webcare-afdeling in. Die de plank mis slaat.

Dat kunnen ze niet helpen.
Ze hebben er niet de juiste schaal voor.
Ze zijn niet persoonlijk betrokken bij het product.
Het zijn niet hun ingrediënten. Niet hun recepten.
Het is massa.

Een voorbeeld? We gaan terug naar het kleine zaakje. De zaken gaan goed. Heel goed. Ze zijn verhuisd naar een groter pand.
De recepten zijn een standaardformule geworden.
De inrichting is gestyled.
De medewerkers dragen een pakje.
Degene die je helpt, is een onderbetaalde student.
Voor de koffie hebben ze een deal gesloten.
En de eigenaar zit ergens achter in het kantoortje.

Het gevoel is weg en daarmee de smaak.
De warmte is weg. Binnenkort zit er zoiets op elke hoek van de straat. Jouw fijne zaakje is een franchise geworden. Want dat is uiteindelijk goedkoper. Meer massa.

En de persoonlijke communicatie? Die zit in een formule. Die krijgen de medewerkers ingestampt. Maar het is niet langer echt. Het is massa. Het is simpelweg de verkeerde schaal.

Dus? Maar niet meer doen?

Zeker wel. Maar stop met proberen te doen alsof.

Je bent te groot voor persoonlijk warm contact. Dat kun je niet sturen. Dat kun je niet dwingen. Je hebt de verkeerde schaal.

Waar zit het dan wel in? Pijnlijk simpel eigenlijk…
In je mensen. Laat ze mensen zijn. Die met mensen praten.
Betaal ze zoals het hoort – zeer belangrijk.
Laat ze onderdeel uitmaken van een cultuur die stopt met proberen te doen alsof.
Laat ze de eigenaar zijn van hun eigen kleine gezellige winkeltje.
Laat ze het verschil maken.
Niet omdat het moet, maar omdat het hun recepten zijn.
Omdat zij kiezen voor de ingrediënten.
Stop met proberen ze authentiek te laten klinken.

Verklein gewoon de communicatie. Van massa naar mens.

Daar is geen formule voor. Het gaat om intentie.
Met stoppen te proberen.
En doen.