Terugblik op 2015 – een jaar vol twijfel

Terugblik op 2015 – een jaar vol twijfel

2015. Een jaar dat ik wil beschrijven als een tussenjaar. Een jaar van transitie. Een jaar van zoeken. Van worstelen. Van twijfelen. En van bovenkomen. Zo aan het einde van dit jaar kijk ik met vertrouwen naar 2016. Het voelt alsof er in 2016 grote dingen gaan gebeuren. Niet dat ik het zeker weet. Het voelt gewoon zo. Ik beschreef het eerder deze week als wandelen op een vulkaan. Het borrelt onder mijn voeten. En er gaan dingen knallen. En hard ook.
“Terugblik op 2015 – een jaar vol twijfel” verder lezen

Vijf handige tools voor een heldere blogtekst

Vijf handige tools voor een heldere blogtekst

Vijf handige tools voor een heldere blogtekst

*Die ik ook echt gebruik

Dit artikel lees je binnen [est_time]

Helderheid is online een vereiste. Gebruikers lezen gemiddeld 28% van alle woorden. Bij woorden die langer zijn dan 3 lettergrepen haken we af. Zinnen die langer zijn dan 15 woorden? Alinea’s van meer dan 5 regels? We halen het einde niet. Dat vraagt dus om bondigheid. Om glasheldere woorden om je punt te maken. Veel zeggen met weinig. Hieronder vijf handige tools die mij helpen mijn blogteksten zo helder mogelijk te maken. “Vijf handige tools voor een heldere blogtekst” verder lezen

Contentstrategie 101 – van ad hoc naar een strategische inzet

Contentstrategie 101

Contentstrategie 101 – van ad hoc naar een strategische inzet

Je leest dit artikel binnen [est_time]

Content heeft nog te veel een ad hoc karakter. Hoe komen we tot meer focus? Hoe komen we tot een gezonde contentstrategie? Hieronder een handig stappenplan om je te helpen content strategisch in te zetten.

 

Stap 1 – Basis bepalen van je contentstrategie

De eerste stap van je contentstrategie is het bepalen van de basis. Om tot kwalitatieve content te komen, moeten we ons eerst even bezinnen op onze rol als organisatie. We moeten een stap terug doen en kijken naar ‘Wie zijn we?’ en ‘Waarom doen we het?’ ‘Voor wie doen we het?’ ‘Wat hebben we al?’

http://www.dimitrilambermont.com/content-van-ad-hoc-naar-strategie-basis/

 

Stap 2 – Koppelen van de basis

Stap 2 draait om het koppelen van deze basis. We gaan met andere woorden de belofte van onze organisatie koppelen aan de ‘grote boze wereld’. Hierbinnen hebben we verschillende punten om rekening mee te houden, zoals een kernthema, issues / trends waar we op in kunnen spelen, het formuleren van een kernboodschap en het inrichten van onze kalender.

http://www.dimitrilambermont.com/content-van-ad-hoc-naar-strategie-2-van/

 

Stap 3 – Uitvoering van je contentstrategie

Stap 3 draait om de uitvoering van je contentstrategie. Het gaat hierbij om het inrichten van de redactie en nadenken over planning en verspreiding. Aangezien we online bezig zijn in de tijd van Social Media zullen we ook na moeten denken over feedback en eventuele aanpassingen of reacties op basis van die feedback. Als laatste moeten we denken over opslag en archivering.

http://www.dimitrilambermont.com/content-van-ad-hoc-naar-strategie-2/

 

Stap 4 – Verdere vertaling van je content

Stap 4 draait om de vertaling van ons initiële idee naar andere vormen en kanalen. In de derde fase hebben we de basis gelegd voor content. Maar slechts uitgaan van een geschreven artikel is een te beperkte notie van wat content vandaag de dag is. Voor een maximaal bereik, moeten we het vertalen.

http://www.dimitrilambermont.com/content-van-ad-hoc-naar-strategie/

 

Stap 5 – Doorlopende meting van je content

Stap 5 draait om de doorlopende metingen. Nu moeten we kijken of al die inspanningen ook hun doelen bereiken. We hebben onze boodschap misschien helder, maar komt het ook aan?  Bereikt het onze klanten en doen ze er wat mee?  En is dat in getallen uit te drukken?

http://www.dimitrilambermont.com/content-van-ad-hoc-naar-strategie-5-van/

 

Presentatie

Bekijk mijn contentstrategie ook in deze handige presentatie:

http://www.slideshare.net/DimitriLambermont/presentatie-content-van-ad-hoc-naar-strategie

De toekomst van content is…

De toekomst van content is...(1)

De toekomst van content is…

Ik had vorige maand het privilege om bij twee evenementen aanwezig te zijn – social heeft zo zijn voordelen. Ten eerste was ik op bezoek bij Social Media Week Rotterdam met als Global Theme – Upwardly Mobile: The Rise Of The Connected Class. Later die week schoof ik aan bij The Holland Web Week Groningen voor een dag over Commerce. Een poging tot turen in de glazen contentbol. De toekomst van content is…

Hoewel de presentaties uiteen liepen en het te diepgravend is om ze allemaal te behandelen, heb ik toch enkele grote lijnen kunnen ontdekken. Waar gaat het allemaal heen met online, mobile en dus content?

 

Draadloze content

Van mobile first naar mobile only? Vaak redeneren we nog steeds eerst vanuit de desktop. Vanuit de desktop bouwen we een website en kijken we hoe we deze responsive, ofwel klaar voor de mobiel kunnen maken. Terwijl iedereen de hele dag op zijn mobiel zit te kijken. En de desktop eigenlijk maar ongelooflijk onhandig is, vergeleken met het natuurlijke van mobile.

Raar?

De overstap naar puur mobiel gaat daarmee in Nederland wellicht te traag. Twee voorbeelden roepen dat beeld op.

  1. Kijk om te beginnen maar eens naar ontwikkelingslanden. Zij hebben de infrastructuur – lees kabels – simpelweg niet om zich met desktopcomputers bezig te houden. En zijn direct naar mobiel gegaan. Dat is een andere manier van denken. Een andere manier van aanbieden. Niet alleen draadloos, maar ook volkomen frictieloos. Dat ding in je hand… daar moet je alles mee kunnen regelen.
  1. Een andere presentatie in Groningen versterkt dit frictieloze beeld. Hierbij wordt een film getoond uit China waar het voor miljoenen mensen al volstrekt vanzelfsprekend is al je betalingen met je mobiel te doen. Al je betalingen. De portemonnee is daar al volledig overbodig. Laat staan achter je computer kruipen en met random readers aan de slag gaan. Onderweg hongerig? Een snack trek je uit de muur en betaal je direct met je mobiel. Samen uit? Geld maak je naar elkaars mobiel over. Banken? Volstrekt overbodig bij al deze transacties.

We bouwen vanuit de desktop. Redeneren bij het maken van content vanuit de desktop. Die de klant links laat liggen of gewoonweg niet kent… Waarom nog een website bouwen die zich richt op de rust van achter een beeldscherm zitten? Wat betekent het voor je content als we alleen nog naar mobiel kijken?

[bctt tweet=”We bouwen vanuit de desktop. Die de klant links laat liggen of gewoonweg niet kent…”]

 

Naadloze content

Offline en online lopen volledig in elkaar over. In een winkel kijk je dankzij een slimme spiegel direct naar een ‘making of’ van het product in je handen. Je maakt op een beeldscherm online jouw versie van je favoriete sportschoen en deze wordt direct naar je huis gestuurd.

Daarmee gaat content buiten de grenzen van online, maar moet het juist in de fysieke wereld voor beleving zorgen bij de aankoop. Het vanzelfsprekende van online content zal zijn weg steeds meer naar de echte wereld vinden. De echte wereld en je online omgeving zijn zo met elkaar verbonden dat mensen offline hetzelfde verwachtingspatroon hebben als online.

Met andere woorden door het gemak van e-commerce verwachten klanten ook steeds meer offline gemak. Daarnaast zal offline zich moeten richten op beleving. Pure beleving. Het aanraken van de stof. Het passen van de kleding. De persoonlijke aandacht in de winkel. En daarna de deal online sluiten. Want ‘die maat hebben we niet’ is geen excuus meer.

[bctt tweet=”Content gaat buiten de grenzen van online en moet in de fysieke wereld voor beleving zorgen”]

 

Kanaalloze content

Alles is het kanaal en dus is er geen kanaal meer. In ieder geval niet in de klassieke opvatting van het kanaal. Zoals op een slide in Groningen te lezen valt: ‘Customers experience a brand, not a channel within a brand.’ Klanten verwachten interactie met hun merk. Onder hun voorwaarden. Op hun kanaal. Dat moet natuurlijk voelen. Naadloos en frictieloos.

Daardoor is het kanaal slechts een manier om aan de verwachting van de klant te voldoen en geen kanaal meer. Je moet aanwezig zijn, waar de klant is om te doen wat de klant verwacht en dat is je hele strategie voor dat kanaal.

Service via WhatsApp is hier een goed voorbeeld van en is op beide dagen ter sprake gekomen. Een klant is veel aanwezig op WhatsApp en het is een natuurlijke omgeving voor je klant om snel een gesprek te hebben. Je moet daar niet gaan rommelen IN de gesprekken, maar er zijn om service te bieden. Op een manier die klopt bij het kanaal. Service als een gesprek of een gesprek als service. De vraag is hier dus niet: Hoe zet ik WhatsApp in, maar hoe vertaal ik mijn service naar de plek waar mijn klant deze als natuurlijk ervaart?

[bctt tweet=”Hoe vertaal ik mijn service naar de plek waar mijn klant deze als natuurlijk ervaart?”]

 

Frictieloze content

Uiteindelijk moet dit samenkomen in frictieloze content. Want als iets duidelijk is, dan is het wel dat frictie – of ongemak – een doodzonde is. Ongeacht het kanaal, ongeacht de omgeving (online of offline), met of zonder draad, onze content moet alleen maar ten dienste staan van de klant. Niets meer. Niets minder. We verwachten dat de versmelting van online en offline altijd in het teken staat van ons gemak. Dus zorg daarvoor.

Content is cultuur

Untitled design(1)

Content is cultuur

Wantrouw ondernemingen die niets te melden hebben. Dat klinkt hard, maar ik ben ondertussen bij genoeg ondernemingen op bezoek geweest waar de standaardreactie is: Wij hebben niets te melden. ‘We willen heus een corporate blog en we willen heus onze mensen laten schrijven, maar wij hebben niets te melden.’ Het is allemaal niet zo interessant. ‘Het is gewoon ons werk.’

Doe me een plezier. Hef jezelf op. En hou direct op je medewerkers te martelen met je bestaan.

Hoe kun je melden dat je niets te melden hebt?

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik hou van mijn werk. Ik hou van mijn vak. Ik ben een regelrechte vakidioot. Ik kan niet ophouden over mijn vak te lullen, te bloggen, te schrijven en te publiceren.

Dat werkt voor mij redelijk aardig, want ik mag ondertussen op enkele van de belangrijkste marketingblogs van Nederland uitleggen hoe zeer ik houd van mijn vak. Ja dat is opscheppen. Maar ik kan dat zeggen, want ik ben de grootste vakidioot (en als jij een grotere vakidioot bent, dan heb je hierbij een uitdaging).

Ik ben dagelijks bezig met nadenken over het vak. Ik peins. Ik pieker. Ik lees, deel en beoordeel. Ik weeg woorden. Deel woorden. Adem, eet en pis woorden.

[bctt tweet=”Wantrouw ondernemingen die niets te melden hebben.”]

Nu ben ik een eenpitter, dus mijn cultuur is mijn persoonlijkheid. Mijn enthousiasme voor mijn vak is mijn ‘personal brand’.

Toch zijn er voldoende organisaties die tot de nok toe gevuld zijn met dergelijke vakidioten. Mensen die houden van wat ze doen. Die de beste willen zijn. Die je helemaal suf kunnen lullen over elk detail van hun werkzaamheden en die je moet afremmen.

Dat zijn je mensen. Dat is je cultuur. En dat is de content die je dus naar buiten stuurt. Probleemloos.

Je content is cultuur. En je cultuur zorgt voor content. Goede cultuur = goede content. Bewijs het tegendeel maar.

In al die content lezen we het enthousiasme. Proeven we de blijdschap. En leven we mee met de vakidioten. Alsof je een kamer vol nerds gooit en zegt: ga maar loos. Loop maar leeg. Vertel me alles over jouw niche. Maak me blij met elk detail. Want ik voel daarin dat je het meent. Dat je onderneming ergens voor staat.

Jouw bedrijf is niets meer en niets minder dan een verzameling niches.

De mensen waarmee je samen voor een bepaalde cultuur staat. Zij bestaan allemaal uit idioten binnen hun branche.

Is dit niet zo. Dan heb je niets te melden.

Dat wil niet zeggen dat je bedrijf saai is. Dat wil zeggen dat je cultuur saai is. Dat de vlam uit is. Dat mensen inklokken om hun hypotheek te betalen. Dat hun persoonlijke drive niet meer zit in de beste, slimste en snelste te zijn, maar dat ze medewerkers zijn geworden.

Heb je een probleem met content? Kijk eerst eens naar je cultuur.

Is de sfeer open? Is de sfeer vrij? Kunnen mensen zeggen wat ze denken? Ben je omgeven door vakidioten of medewerkers?

Is er haat en nijd en vangen we elkaars vliegen af? Zit er veel angst in je cultuur?

Vergeet het met je content.

Content is cultuur. Wantrouw ondernemingen die niets te melden hebben. En ren weg als je er werkt.

[callaction button_text=”Vraag een gesprek aan” button_url=”http://www.dimitrilambermont.com/contact/” background_color=”#ffffff” text_color=”#000000″ button_background_color=”#df4d55″ button_text_color=”#ffffff” rounded=”true”]Naar aanleiding van deze blogpost eens verder praten?
[/callaction]

Hoe zet je emotionele en rationele argumenten optimaal in?

Niemand is honderd procent emotioneel bij aankopen. Niemand is honderd procent rationeel bij aankopen. Toch zullen mensen een verschuiving van emotioneel naar rationeel maken hoe dieper ze in het aankoopproces komen. Waar een merk je aanspreekt op een emotioneel niveau, ga je pas over tot een aankoop nadat je ook je rationele argumenten hebt gecontroleerd. Hoe kun je hier optimaal op inspelen met de content op je website?

Emotioneel en rationeel

 

 

 

 

 

 

Hoewel ondertussen is gebleken dat veel van onze aankopen emotioneel zijn, hebben we nog steeds rationele argumenten nodig om onze aankoop achteraf goed te praten. Daarmee heeft elk aankoopproces van je klant een emotioneel argument en een rationeel argument nodig. Iedere bezoeker triggert op een andere manier. Iedere bezoeker moet dus worden aangesproken met zowel emotionele als rationele triggers om tot een conversie te komen.

 

[bctt tweet=”Hoe dieper de klant in het proces komt hoe meer de emotionele argumenten in kracht afnemen. “]

 

Hoe dieper de klant in het proces komt hoe meer de emotionele argumenten in kracht afnemen. Waar je misschien bij een auto eerst naar het merk en de kleur kijkt, kijk je dieper in het proces naar bijtelling, de zuinigheid van je auto in het dagelijks gebruik en de inhoud van de motor. De klant gaat van emotionele triggers op identiteit over naar rationele triggers op productniveau.

Emotionele argumenten

 

 

 

 

 

 

Waar de emotie afneemt, neemt de ratio toe.

Rationele Argumenten

 

 

 

 

 

 

Tot zover niets aan de hand, maar zoals gezegd – niemand is 100 procent emotioneel en niemand is 100 procent rationeel. Waar we in onze content dus naar moeten zoeken is de overlap. Hiervoor schuiven we de twee piramiden over elkaar. We krijgen een soort zandloper.

Van emotioneel naar rationeel

 

 

 

 

 

 

Het wordt echter pas interessant als we de vlakken invullen.

Zandloper van emotioneel naar rationeel

 

 

 

 

 

 

Zo zien we dat emotionele argumenten altijd een kern van ratio moeten hebben. En dat rationele argumenten altijd een emotionele kern moeten hebben. Ga jezelf maar na. Als de content alleen inspeelt op je emotie krijg je op een bepaald moment toch wel behoefte aan wat onderbouwing. Met andere woorden – de ratio is nodig om de emotie geloofwaardig te houden.

Aan de andere kant van het spectrum hebben we de puur rationele argumenten. Deze hebben een kern van emotie nodig om niet al te saai te worden. Puur op ratio overtuigen werkt alleen bij de echte techneuten, maar slaat op een bepaald moment net zo dood als puur op emotie spelen.

Hoe dieper de klant in het proces komt hoe meer deze behoefte krijgt aan ratio en hoe meer de emotionele argumenten aan waarde inboeten. Ergens in het midden zit het grijze gebied waarin we van emotie naar ratio kantelen.

Kantelpunt van emotie naar ratio

 

 

 

 

 

 

Al onze content zal dus afhankelijk van de plek van de klant in het aankoopproces moet voegen naar de gewenste hoeveelheid emotionele of rationele argumenten. Daarbij zit dus een kantelpunt van emotie naar ratio. Al je materiaal moet inspelen op al deze momenten. In de uitersten is dit het meest helder.

Emotionele en rationele uitersten

 

 

 

 

 

 

Tot zover de argumenten, maar op deze manier kijken naar je content heeft ook gevolgen voor de inhoud. Hoe dieper we in het aankoopproces zitten, hoe meer we van algemeen naar specifiek gaan. De behoefte aan algemene informatie zal afnemen en de behoefte aan specifieke informatie zal toenemen. Uiteindelijk doorlopen we zo soortgelijke stappen.

 

[bctt tweet=” Hoe dieper we in het aankoopproces zitten, hoe meer we van algemeen naar specifiek gaan. “]

 

Van algemeen naar specifiek

 

 

 

 

 

 

Toenemende behoefte aan informatie

 

 

 

 

 

 

De klant duikt de informatie in en heeft hierbij een steeds specifiekere behoefte aan informatie. Algemene termen voldoen niet meer, we moeten weten hoe het exact zit. Tussen emotie en ratio en de behoefte aan algemene informatie en specifieke informatie zit een overlap.

Zandloper van algemeen naar specifiek

 

 

 

 

 

 

We zien hetzelfde mechanisme als bij de argumenten. Algemene informatie heeft een kern van specifieke informatie nodig om voldoende gewicht te hebben. Specifieke informatie heeft een kern van algemene informatie nodig om nog interessant te blijven. Aan beide kanten is de basis solide, maar maakt de kern het verschil om alle klanten aan te spreken.

Uitersten algemeen specifiek

 

 

 

 

 

 

We hebben dus zowel algemene, meer emotionele content als specifieke, meer rationele content. Als makers van content zullen we in het aanbieden van informatie dus rekening moeten houden met deze wensen. Laten we daarom dit model eens naast je website leggen. Aan beide kanten van de piramides heb ik termen geplaatst die neerkomen op algemeen, meer emotioneel en specifiek, meer rationeel. Daarmee kom ik tot het volgende beeld.

Vertaling naar communicatie

 

 

 

 

 

 

Vertalen we dit naar communicatie dan kun je in algemene zin zeggen dat communicatie over je identiteit gebaat is bij een emotionele basis met een rationele kern. Daarnaast is het gebaat bij algemene informatie met een specifieke kern.

Identiteit

 

 

 

 

 

 

Kijken we naar de andere kant van het spectrum dan weet je dus dat als je ingaat op producten je hier in je communicatie moet zorgen voor een stevige rationele basis met een emotionele kern. En een stevige basis van specifieke informatie met een algemene kern. Dit helpt om alle invalshoeken en argumenten af te dekken.

Product

 

 

 

 

 

 

En dat is nodig. Kijk maar eens naar je interne organisatie. Als je informatie vraagt aan je productspecialisten dan krijg je een grote lading rationele en zeer specifieke informatie. Deze mist dus een emotionele en meer algemene kern om goed te overtuigen. Vraag je vervolgens aan een marketeer dezelfde informatie dan krijg je algemene en emotionele content die echter de specifieke en rationele kern mist om overtuigend te zijn.

Het antwoord zit – zoals wel vaker in de mix. Een solide basis met een gezonde kern van de beide uitersten zal in het aankoopproces zorgen dat zowel algemene/emotionele mensen als specifieke/rationele klanten iets vinden van hun gading bij het besluitproces.

Dat vraagt echter om een holistische aanpak. Je moet namelijk alle lagen aanbieden om zeker te zijn dat je iedereen bereikt. Dus algemene emotionele informatie voor de emotionele kopers, maar ook de verdiepingsslag met meer rationele en specifieke informatie. Door alles aan te bieden, kun je iedereen pakken. Leg het dus eens naast je content en kijk waar jouw content op triggert. Waar teveel algemene emotie heerst, kun je dus specifieke ratio toevoegen en vice versa.

Holistische aanpak

 

 

 

 

 

[callaction button_text=”Vraag een gesprek aan” button_url=”http://www.dimitrilambermont.com/contact/” background_color=”#ffffff” text_color=”#000000″ button_background_color=”#df4d55″ button_text_color=”#ffffff” rounded=”true”]Naar aanleiding van deze blogpost eens verder praten?
[/callaction]

Een authentiek imago begint niet bij je imago

Een authentiek imago

Authenticiteit is momenteel het grote buzzword in zakelijk Nederland. In elke reclame wordt het authentieke en ware verhaal verteld van een onderneming. Het liefst met ambachtelijke vakmannen met grote baarden en stoere tatoeages. Alle voedingswaren zijn opeens volgens ‘authentiek recept’ en ‘met lokale ingrediënten’ gefabriceerd. Maar de leugen is gruwelijk zichtbaar…

Gisteren werd ik door Tristan Lavender (@TristanLavender) gewezen op het artikel: An open letter on the “flawsome” trend. Blijkbaar is het onder ondernemingen nu de trend om jezelf falend, stuntelend en menselijk te presenteren. “There’s a discernible incongruity between a company embracing itself as something inherently comprised of imperfect people versus a branding strategy that’s aimed at humanizing a company as a separate entity, as if it itself were a person with shared vulnerabilities.”

 

Plastic authenticiteit

We kunnen falen, daardoor zijn we menselijk en dus authentiek. Maar door het zo dik erop te leggen, wordt het juist niet authentiek. Authenticiteit lijkt daarmee al net zo plastic te worden als duurzaamheid een tijdje terug was. Oké, we willen de aarde misschien niet echt redden, maar we hebben wel een heel goed verhaal over hoe lang we al ambachtelijk werken. En met alleen lokale producten!

 

Doorschijnend

Het grappige met authenticiteit is echter dat, zodra je het wilt claimen… het automatisch niet meer authentiek is. Datzelfde gaat op voor intentie. Het schijnt allemaal door als een witte bikini op het strand. Leuk, maar één golf en je kijkt er dwars doorheen. Authenticiteit begint namelijk helemaal niet bij je imago.

In deze blogpost 3 stappen die wel voorafgaan aan een authentiek imago.

 

1. Integriteit

Alles is cultuur en cultuur is alles. Een authentiek imago kun je niet kweken als een hipsterbaard, maar moet in de essentie van je onderneming zitten. In het DNA. Het zit in hoe je elke dag met elkaar omgaat. Hoe je met klanten omgaat. Hoe je met leveranciers omgaat. Hoe je met je omgeving omgaat. En uiteindelijk om hoe je met de aarde omgaat.

 

[bctt tweet=”Een authentiek imago kun je niet kweken als een hipsterbaard.”]

 

Integriteit betekent dat ‘De Klant Centraal’ bij jouw onderneming niet slechts een loze marketingkreet is. Maar dat je echt begaan bent met de ontvanger van jouw dienst of product. Dat je alles in het werk stelt om die klant tevreden te stellen. Dat moet in elke vezel van je organisatie zitten. Dat moet in je mensen zitten. Daar neem je ze voor aan. Dat moet de essentie zijn waarvoor iedereen elke dag weer opstaat.

Integriteit betekent ook dat je echt begaan bent met de keten rondom je onderneming. Dat je niet voor de goedkoopste oplossing gaat, maar voor die materialen en middelen die goed voelen. Omdat je waarde hecht aan echte kwaliteit. Omdat je, je zou schamen om een slecht product af te leveren.

 

2. Intentie

De tweede stap naar een authentiek imago hangt samen met de eerste. Integriteit en intentie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Is integriteit niet de dagelijkse werkelijkheid in jouw organisatie, dan zit het met je intentie ook niet goed. En zoals gezegd, dat schijnt overal doorheen.

Zit het met je integriteit wel goed, dan is de intentie ook duidelijk. We stellen de klant centraal, laat zich dan automatisch vertalen naar communicatie die de intentie heeft de klant ook optimaal te helpen en ondersteunen.

Natuurlijk mag je als organisatie best wat verkopen, maar als je hele cultuur draait om sales, dan gaat een zogenaamd authentiek imago dat echt niet verbloemen. De ‘intentie = verkoop’ klinkt door al je boodschappen heen. En het vreemde aan mensen is dat ze een hele sterke radar hebben voor onzin. Dat beschermt ons namelijk tegen alle onzinnige verkooppraatjes die we de hele dag op ons af krijgen geschoten. Zit het met je intentie niet goed, dan kun je het met je authentieke imago direct vergeten, we ruiken het mijlenver al.

 

3. Identiteit

De derde pijler van een authentiek imago is identiteit. Zoals ik eerder al zei: “Cultuur is alles en alles is cultuur”. De juiste mate van integriteit en de juiste intentie komen terug in je cultuur. Iedereen die binnenkomt in jouw onderneming is uitgekozen op de juiste intentie en de juiste mate van integriteit. Het hele gebouw ademt bij wijze van spreken deze basis van je onderneming.

Daarmee is ook dit onderdeel onlosmakelijk met de voorgaande pijlers verbonden. In je identiteit komt de basis van je onderneming terug en die basis is gevat in intentie en integriteit. Bij een goede onderneming zal dit automatisch zijn vertaald naar de missie, visie en kernwaarden en is iedereen zich er van bewust. Bij een goede onderneming heeft niemand een herinnering nodig aan de identiteit van het bedrijf, omdat ze het zelf zijn. In hart, ziel en werkwijze.

 

[bctt tweet=”In je identiteit zit de basis van je onderneming. Die basis is gevat in intentie en integriteit.”]

 

4. Imago

Waarmee we uiteindelijk uitkomen bij het authentieke imago. Identiteit is hoe je jezelf ziet. Imago is hoe anderen je zien. Zit het met je integriteit en je intentie goed, dan schijnt dit door in je identiteit. En op basis van je identiteit zal de markt beslissen of je authentieke imago klopt bij wie jouw organisatie is. Al het andere is vernis over een rotte basis.

 

Conclusie

Hou dus op met je falend voor te doen ALLEEN als tactiek om menselijk en dus authentiek over te komen. Creëer een cultuur waarin falen menselijk is, waar de intentie altijd duidelijk is en je identiteit en imago volgen vanzelf.

 

[callaction button_text=”Vraag een gesprek aan” button_url=”http://www.dimitrilambermont.com/contact/” background_color=”#ffffff” text_color=”#000000″ button_background_color=”#df4d55″ button_text_color=”#ffffff” rounded=”true”]Naar aanleiding van deze blogpost eens verder praten?
[/callaction]

Hoe klinkt jouw onderneming?

Hoe klinkt jouw onderneming?

Hoe klinkt jouw onderneming als ik er mee in gesprek raak? Stel je voor dat je onderneming een mens is waarmee je kunt praten. Iemand die je tegenkomt bij een netwerkbijeenkomst en met wie je een praatje aanknoopt. Hoe zou die persoon dan klinken? We doen het allemaal; we stoppen onze websites vol met interessante informatie die de hele wereld moet lezen. Maar voor je nog een letter op papier zet, kun je beter eens nadenken over hoe jouw onderneming eigenlijk klinkt.

Iedereen met wie je in gesprek raakt heeft zo zijn eigen manier van praten. Het geeft veel weg van de persoon. Praat je gesprekspartner rustig en doordacht? Of juist snel en gehaast? Hoe klinkt zijn of haar stem? Welke toon heeft zijn of haar stem? Laag of hoog? Gebruikt hij veel jargon en managementtaal? Is het saai om naar te luisteren? Of krijg je er energie van? Is het iemand die de voorkeur geeft aan ‘je’ of ‘u’?

Toon en stem
Met de wildgroei aan media die we vandaag tot onze beschikking hebben, is het noodzakelijk eens goed na te denken over de toon en stem van je onderneming. Deze moet namelijk kloppen. Bij je klant. Bij je onderneming. En het kanaal waar je op dat moment bent. Een vriendelijke toon op Twitter valt in het water als je website vol saaie content staat. Een heldere website valt in het niet als je handleiding onleesbaar is. Een goede brief slaat de plank mis als een medewerker onbeschoft is aan de telefoon. Alles grijpt in elkaar, zeker bij de juiste toon.

Maar hoe zet je nou een goede toon in? Laten we beginnen.

Stap 1: de klant
Ten eerste: hoe klinkt jouw klant? Weet jij wie je klant is? Echt? Zeker weten? Heb je een helder beeld van je klant? Tot aan de haarkleur en kledingstijl? Of is het een grote onzichtbare massa of een onduidelijke doelgroep? Een segment van een diffuse markt?

Kraakhelder beeld
Weten wie er aan de andere kant van het scherm zit, helpt je om je content te schrijven alsof het een gesprek is. Zodra we denken meer dan één persoon aan te spreken, gaan we rare dingen doen. Vreemde, formele taal bezigen. We spreken de massa toe. We verkondigen ons woord aan het wereld wijde web. Fout! Zorg dus dat je een kraakhelder beeld van je ene ideale klant hebt.

[bctt tweet=”Weten wie er aan de andere kant van het scherm zit, helpt je content te schrijven als een gesprek”]

Vragen, vragen, vragen
Een helder beeld van de ideale klant vormen, is vooral een kwestie van veel vragen. Aan je salesafdeling. Aan je serviceafdeling of de mensen die dagelijks telefoneren met je klanten. Organiseer eens een brainstormsessie met verschillende afdelingen en kijk of je een helder beeld kunt schetsen van je ideale klant. En let daarbij vooral op: hoe kun je met deze klant in gesprek komen? Of nog beter: vraag het gewoon eens aan je klant zelf. Test content op een groep. Zie wat de reacties zijn en pas het aan.

Stap 2: in gesprek raken
Daarna komen we bij de vraag: hoe wil jouw klant aangesproken worden? We schrijven dan misschien wel content voor onze onderneming, maar uiteindelijk moet al die content maar één ding doen. De klant aanspreken en de verbinding leggen. Hem of haar het gevoel geven dat jouw onderneming te vertrouwen is. We moeten een toon vinden in de content die klopt bij onze klant, dat spreekt voor zich, maar daarmee zijn we er nog niet.

Stap 3: de toon van je product
Het derde punt is namelijk: hoe klinkt jouw product of dienst? Elke niche komt met zijn eigen taal en toon. Om een voorbeeld te geven – bij een zomervakantie verwacht je een andere tekst dan bij een stofzuigerzak. Dat lijkt een grapje, maar het geeft wel een helder beeld. Een zomervakantie is een weloverwogen keuze waar veel geld bij komt kijken, dus moet de content het vertrouwen geven dat je straks op plek aankomt waar je kunt genieten.

Op vakantie
Daarnaast moet de tekst al het vakantiegevoel in zich hebben. We schetsen beelden van zon, zomer, ontspanning en ontzorging. Dat vraagt om een opgewekte toon, niet om formeel taalgebruik en moeilijk jargon. Dat vraagt om eenvoud – hoe zit het, wat krijg ik en word ik daar blij van?

Stap 4: de interne toon
Als vierde en laatste punt moet je toon kloppen bij je cultuur. Een formele toon in je communicatie klopt niet als je organisatie in de basis heel informeel in elkaar zit. Net zoals het altijd een beetje beschamend is als een formele, hiërarchische organisatie opeens iets te populair gaat communiceren. Zorg dus dat je toon ook klopt bij je onderneming en klopt bij de mensen in je organisatie. Is dat niet zo, dan loopt de communicatie scheef en raakt je klant in de war. En verwarring is slecht voor het vertrouwen.

 

[bctt tweet=” Zorg dus dat je toon klopt bij je onderneming en klopt bij de mensen in je organisatie. “]

 

De verbinding leggen
Klinkt als veel werk voor een heldere toon, maar wat kun je daar nou mee? Door over de toon van je onderneming na te denken en deze helder vast te leggen, garandeer je dat je ongeacht het medium als onderneming overal hetzelfde klinkt. Uiteindelijk draait het namelijk niet om de toon, maar om de vraag hoe leg je de verbinding? Hoe leg je de verbinding met jouw klant? En hoe zorgt die verbinding voor genoeg vertrouwen om eens wat bij je te kopen?

Door je toon vast te leggen, heb je een referentiepunt om op terug te vallen. Handig voor nieuwe medewerkers, maar ook is het voor iedereen een goede oefening: hoe denken we bij onze onderneming niet direct aan onszelf, maar aan de behoeften van onze klanten?

Samenvattend:
Uiteindelijk is de keuze voor de juiste toon eenvoudig:
•    De juiste toon is de toon die klopt bij je klant.
•    De juiste toon weet jouw klant op een manier aan te spreken die voor verbinding zorgt.
•    De juiste toon is de toon die klopt bij je product of dienst.
•    De juiste toon klopt bij jouw organisatie.
Ga dus vooral aan de slag met je toon en vraag eens rond – hoe klinken wij eigenlijk?

Deze blogpost is eerder gepubliceerd op https://www.nom.nl/plus/strategisch-copywriter-dimitri-lambermont-hoe-klinkt-jouw-onderneming/

 

[callaction button_text=”Dat wil ik wel!” button_url=”http://www.dimitrilambermont.com/contact/” background_color=”#ffffff” text_color=”#000000″ button_background_color=”#df4d55″ button_text_color=”#ffffff” rounded=”true”]Eens verder praten over de toon van jouw onderneming?
[/callaction]

 

30 tips van Jack Kerouac voor een vrije schrijfstijl

36bcc0c4d0bec9cd7f43f8c93b0babe2

En dat kun je best toepassen op je blog

“The only people for me are the mad ones, the ones who are mad to live, mad to talk, mad to be saved, desirous of everything at the same time, the ones who never yawn or say a commonplace thing, but burn, burn, burn, like fabulous yellow Roman candles exploding like spiders across the stars, and in the middle, you see the blue center-light pop, and everybody goes ahh…”

Welkom in de wereld van Jack Kerouac. Zo rond mijn achttiende las ik voor het eerst het boek On the Road van Jack Kerouac en nog altijd heeft het werk een grote invloed op mijn schrijverij. On the Road is een vloeiend boek. In een ruk geschreven op een lange rol papier van 37 meter. Kerouac staat bekend om zijn vloeiende, ritmische schrijfstijl. Hij schrijft in een ‘stream of conciousness’ geheel spontaan proza. Aangezien veel mensen hem vroegen Jack hoe doe je dat nou, dat spontaneous prose? – hieronder zijn 30 tips voor schrijven zonder grenzen. Ik heb ze van commentaar voorzien waar ik ze zelf snap ;-). “30 tips van Jack Kerouac voor een vrije schrijfstijl” verder lezen

Wees authentiek & overtref je concurrent

Wees authentiek & overtref je concurrent

“Markets are conversations”. Met die profetische woorden lanceerden de schrijvers van The Cluetrain Manifesto in 2000 een denkrichting over online communicatie die we vandaag de dag nog steeds volgen. Dankzij social media lijken we eindelijk te leven in het tijdperk van het online gesprek. Maar anno 2015 gaat de veeleisende consument allang een stap verder: een eenvoudig online gesprek voldoet niet. Een authentiek online gesprek is essentieel om als organisatie mee te komen.

Authenticiteit en het gesprek – de 2 pijlers van hedendaagse online communicatie. Maar wat levert dat nou allemaal op? Laten we beginnen bij de eerste: authenticiteit. Het communicatie en pr-bureau Cohn & Wolfe heeft in hun online onderzoek The Age of Authenticity (uit november 2014) 12.000 consumenten binnen 12 markten ondervraagd. Wat blijkt? Authentiek gedrag (en dus communicatie) heeft een positieve invloed op je omzet.

Open, eerlijk en authentiek

Als je bedrijf open, eerlijk en authentiek is, dan is 64% van de ondervraagden loyaal aan je organisatie. Leuk, maar wellicht belangrijker; 63% van de consumenten koopt liever van een onderneming die ze als authentiek beschouwen, dan bij de concurrent. Bovendien zou 59% van de ondervraagden een authentieke organisatie aanbevelen aan vrienden en familie. 47% wil graag voor een authentieke onderneming werken. En tot slot wil 23% best investeren in een merk waarvan ze denken dat deze authentieke kwaliteiten heeft.

63% van de consumenten koopt liever van een onderneming die ze als authentiek beschouwen

 

Eerlijke communicatie

Gevraagd naar authentieke karakteristieken hecht 91% aan eerlijke communicatie over producten en diensten. Daarnaast wordt eerlijke communicatie over impact op het milieu en duurzaamheid door 87% als belangrijk gezien. Deze waarden zijn voor consumenten zelfs belangrijker dan nuttigheid van het product (61%), aantrekkelijkheid van het merk (brand appeal) (60%) en populariteit (39%).

Niet alleen woorden

Maar hoe herken je een authentiek merk? Het authentieke merk heeft volgens de ondervraagden enkele duidelijke kenmerken:

 

  • Een authentiek merk produceert producten en diensten die doen wat ze beloven.
  • Een authentiek merk kan zijn eigen hype doorstaan.
  • Een authentiek merk weet beloften op te volgen met concrete acties.
  • Een authentiek merk is open en bereid om informatie en kennis met klanten te delen – zelfs als dit op korte termijn schadelijk is.
  • Een authentiek merk geeft fouten toe. Als er echt slecht nieuws gedeeld moet worden, houdt het authentieke merk vast aan openheid, eerlijkheid en is het bereid te communiceren over kwesties.
  • Een authentiek merk deelt open informatie en kennis met klanten – zelfs als dit op korte termijn schadelijk is

Integer, helder en open

Een authentieke organisatie communiceert dus eerlijk over producten en diensten. Communiceert eerlijk over impact en duurzaamheid. Is integer. Is helder en vertelt de waarheid over waar de organisatie voor staat. Open over partners en leveranciers. Staat voor meer dan alleen geld verdienen. En heeft een relevant en boeiend verhaal.

Online in gesprek

Daarmee kom ik op mijn tweede pijler: Het online gesprek. Markets worden namelijk meer dan ooit bepaald door hun conversations. Het is niet meer voldoende om als organisatie authentiek te zijn. Je moet in het tijdperk van online conversatie ook nog bereid zijn om met je klanten het gesprek aan te gaan op dezelfde open, authentieke en eerlijke manier. Daarbij speelt een menselijke toon – waar ik vaak voor pleit – een essentiële rol.

Menselijke toon

In 2009 heeft Tom Kelleher in zijn wetenschappelijke onderzoek Conversational Voice, Communicated Commitment, and Public Relations Outcomes in Interactive Online Communication de basis gelegd voor wat we de conversational human voice – of menselijke gesprekstoon – noemen. “An engaging and natural style of organizational communication.” Door met een conversational human voice te communiceren, laat je als bedrijf naast een authentieke kant ook een menselijke kant zien. Die twee liggen logischerwijs in elkaars verlengde en versterken elkaar.

Bouwstenen voor een dialoog

Hoe ziet een organisatie eruit die het gesprek aan gaat? Kelleher onderscheidt 11 bouwstenen voor een menselijke gesprekstoon:

 

  1. Je nodigt mensen uit om in gesprek te gaan
  2. Je staat open voor een directe dialoog.
  3. Je gebruikt communicatie die veel weg heeft van een gesprek.
  4. Je probeert in een menselijke toon te communiceren.
  5. Je probeert in de communicatie interessant te zijn.
  6. Je communiceert met een gevoel voor humor.
  7. Je bent niet bang om naar concurrenten te verwijzen.
  8. Je probeert de communicatie aangenaam te maken.
  9. Je durft fouten toe te geven.
  10. Je geeft bij kritiek prompt feedback op een neutrale manier.
  11. Je behandelt anderen als mensen.

De onderlinge relatie

Naast het praten in een menselijke toon en actief het gesprek opzoeken, is het volgens Kelleher ook essentieel om met de klant te communiceren over de aard van de relatie. Kelleher and Miller (2006) onderscheiden in hun onderzoek Organizational Blogs and the Human Voice: Relational Strategies and Relational Outcomes, zes criteria waar consumenten waarde aan hechten en die hen een positief gevoel geven over hun relatie met een organisatie:

  • Je laat zien dat je betrokken bent bij de relatie met de klant.
  • Je communiceert over het verlangen een relatie op te bouwen met de klant.
  • Je legt de nadruk op betrokkenheid.
  • Je geeft aan dat de relatie toekomst heeft.
  • Je benadrukt de kwaliteit van de relatie.
  • Je bent bereid de eigen organisatie ter discussie te stellen.

Positieve invloed

Door deze duidelijke focus op de relatie en door met een menselijke toon te communiceren heeft Kelleher in zijn onderzoek een positieve invloed gezien op het vertrouwen, de tevredenheid en de betrokkenheid bij de ondervraagden.

Communiceren met een menselijke toon beïnvloedt vertrouwen, tevredenheid en betrokkenheid positief

In zijn onderzoek heeft Kelleher gekeken of blogs eerder met een conversational human voice communiceren. Daarnaast kijkt hij of een authentieke conversational human voice beter is voor het vertrouwen, de tevredenheid en de betrokkenheid van klanten. Zijn conclusie: klanten die bloot werden gesteld aan de blogs van een organisatie hadden het gevoel dat de organisatie meer met een conversational human voice sprak dan zij die bloot werden gesteld aan traditionele webpagina’s.

Menselijkheid achter de harde façade

Blogs werden door Kelleher gezien als belangrijke tools in het online arsenaal van een organisatie omdat deze een gevoel van menselijke trekjes geven achter de ‘harde’ façade van de anonieme organisatie. In blogs kunnen organisaties eindelijk open en eerlijk praten, omdat de vorm mensen uitnodigt om een gesprek te hebben over een onderwerp. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn dan ook dat:

 

  • Blogs worden gezien als meer gespreksgericht dan de normale website.
  • De conversational human voice zorgt voor een positieve ontwikkeling in vertrouwen, tevredenheid en betrokkenheid.

Wat betekenen die conclusies vandaag de dag? Een menselijke toon in je online gesprek zorgt voor een toename in vertrouwen, tevredenheid en betrokkenheid. Anno 2015 hebben we alleen – dankzij social media – een nog breder arsenaal aan kanalen en platform tot onze beschikking om dat gesprek te voeren. En een klant die nog kritischer is dan in de hoogtijdagen van het bloggen. Zorg dus dat je zowel authentiek als menselijk communiceert. Over al je kanalen. En over al je middelen. Houd vast aan je menselijke stem, mits deze oprecht authentiek is.

Een authentiek online gesprek is het waard

We kunnen op basis van deze onderzoeken twee conclusies trekken. Klanten willen dat organisaties authentiek zijn. Klanten willen dat organisaties online het gesprek aangaan met een menselijke toon. Dat lijkt veel gevraagd, maar het is het waard. Een authentiek online gesprek levert een toename op in vertrouwen, tevredenheid en betrokkenheid bij je organisatie, aldus Kelleher. En daardoor winkelen klanten liever bij jou dan bij de concurrent, aldus Cohn & Wolfe. Loyaliteit én meer sales…en dan hoef je alleen maar een echt mens te zijn.

Eerder al verschenen op Frankwatching: http://www.frankwatching.com/archive/2015/05/28/wees-authentiek-overtref-je-concurrent/