Content is cultuur

Untitled design(1)

Content is cultuur

Wantrouw ondernemingen die niets te melden hebben. Dat klinkt hard, maar ik ben ondertussen bij genoeg ondernemingen op bezoek geweest waar de standaardreactie is: Wij hebben niets te melden. ‘We willen heus een corporate blog en we willen heus onze mensen laten schrijven, maar wij hebben niets te melden.’ Het is allemaal niet zo interessant. ‘Het is gewoon ons werk.’

Doe me een plezier. Hef jezelf op. En hou direct op je medewerkers te martelen met je bestaan.

Hoe kun je melden dat je niets te melden hebt?

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik hou van mijn werk. Ik hou van mijn vak. Ik ben een regelrechte vakidioot. Ik kan niet ophouden over mijn vak te lullen, te bloggen, te schrijven en te publiceren.

Dat werkt voor mij redelijk aardig, want ik mag ondertussen op enkele van de belangrijkste marketingblogs van Nederland uitleggen hoe zeer ik houd van mijn vak. Ja dat is opscheppen. Maar ik kan dat zeggen, want ik ben de grootste vakidioot (en als jij een grotere vakidioot bent, dan heb je hierbij een uitdaging).

Ik ben dagelijks bezig met nadenken over het vak. Ik peins. Ik pieker. Ik lees, deel en beoordeel. Ik weeg woorden. Deel woorden. Adem, eet en pis woorden.

[bctt tweet=”Wantrouw ondernemingen die niets te melden hebben.”]

Nu ben ik een eenpitter, dus mijn cultuur is mijn persoonlijkheid. Mijn enthousiasme voor mijn vak is mijn ‘personal brand’.

Toch zijn er voldoende organisaties die tot de nok toe gevuld zijn met dergelijke vakidioten. Mensen die houden van wat ze doen. Die de beste willen zijn. Die je helemaal suf kunnen lullen over elk detail van hun werkzaamheden en die je moet afremmen.

Dat zijn je mensen. Dat is je cultuur. En dat is de content die je dus naar buiten stuurt. Probleemloos.

Je content is cultuur. En je cultuur zorgt voor content. Goede cultuur = goede content. Bewijs het tegendeel maar.

In al die content lezen we het enthousiasme. Proeven we de blijdschap. En leven we mee met de vakidioten. Alsof je een kamer vol nerds gooit en zegt: ga maar loos. Loop maar leeg. Vertel me alles over jouw niche. Maak me blij met elk detail. Want ik voel daarin dat je het meent. Dat je onderneming ergens voor staat.

Jouw bedrijf is niets meer en niets minder dan een verzameling niches.

De mensen waarmee je samen voor een bepaalde cultuur staat. Zij bestaan allemaal uit idioten binnen hun branche.

Is dit niet zo. Dan heb je niets te melden.

Dat wil niet zeggen dat je bedrijf saai is. Dat wil zeggen dat je cultuur saai is. Dat de vlam uit is. Dat mensen inklokken om hun hypotheek te betalen. Dat hun persoonlijke drive niet meer zit in de beste, slimste en snelste te zijn, maar dat ze medewerkers zijn geworden.

Heb je een probleem met content? Kijk eerst eens naar je cultuur.

Is de sfeer open? Is de sfeer vrij? Kunnen mensen zeggen wat ze denken? Ben je omgeven door vakidioten of medewerkers?

Is er haat en nijd en vangen we elkaars vliegen af? Zit er veel angst in je cultuur?

Vergeet het met je content.

Content is cultuur. Wantrouw ondernemingen die niets te melden hebben. En ren weg als je er werkt.

[callaction button_text=”Vraag een gesprek aan” button_url=”http://www.dimitrilambermont.com/contact/” background_color=”#ffffff” text_color=”#000000″ button_background_color=”#df4d55″ button_text_color=”#ffffff” rounded=”true”]Naar aanleiding van deze blogpost eens verder praten?
[/callaction]

Content staat of valt met intentie

Nog voor je het woord content volledig hebt uitgesproken,
gaat het al mis. Vanaf de eerste seconde lig je op ramkoers. Ga je op hoge
snelheid naar een onvermijdelijke mislukking. Of het nu gaat over de content
voor je nieuwe website of de inzet van contentmarketing, veel initiatieven
stranden al voor ze wel en goed zijn opgestart.
Waarom? De intentie is verkeerd.

Intentie is een raar beestje. Het schijnt namelijk overal
doorheen. Het is altijd zichtbaar. Je kunt denken dat het niet zo is, maar de
intentie waarmee content is gemaakt, is altijd binnen een seconde helder. 
Onze
tolerantie voor onzin die tijd verspilt, is namelijk zeer laag. En hoe langer we
als mensen online zijn, hoe sneller we doorhebben: dit is met de verkeerde
intentie gemaakt.  
We nemen als de makers van content  – vaak ten onrechte – aan dat iedereen met
dezelfde intentie aan een project is begonnen. De intentie wordt vaak zelfs niet eens
uitgesproken. 
En dat zorgt voor problemen, miscommunicatie en vooral een verwarde
lezer: denken ze dat ik het niet doorheb ofzo?
Intentie is ook een raar woord. Want wat bedoelen we nu
eigenlijk met intentie? Door de verschillende interpretaties van intentie
zitten we namelijk al direct met een uitdaging. 
Aan de ene kant betekent intentie natuurlijk gewoon: we hebben een doel voor ogen. We hebben een bepaalde bedoeling.
Aan de andere kant kan het ook betekenen dat we ergens op
azen, komt moedwil om de hoek kijken en opzet. Wat is ons oogmerk? Dat klinkt
toch al anders.
Intentie heeft ook een slag om de arm in zich. 
We pogen, we hebben
het plan, we hebben de opzet en het streven. We trachten en hebben het
voornemen.
Niet direct een solide basis om een contenstrategie op te
baseren…
Waar we streven, kunnen we dus afwijken. Bijvoorbeeld als
interne stakeholders druk uitoefenen op het contentteam. 
Waar we streven is
ruimte. En waar ruimte is, gaan we polderen. 
Polderen is wel het slechtste
uitgangspunt voor content. Het komt de helderheid nooit ten goede. Het zorgt
voor middelmatigheid en veilige, saaie teksten.
Helderheid bereik je door geen concessies te doen. 
Daarom
moet je dus wel eerst de intentie uitspreken dat je zo helder mogelijk wilt zijn.
Intentie moet worden uitgesproken. Of beter nog
opgeschreven. 
Want je krijgt er gedoe over.
Ja, maar ik dacht…
Wat is nu eigenlijk ons doel? Schrijf het op, leg de
intentie vast.
Maar daarmee ben je er nog niet. Het draait niet alleen om
de intentie van de content, maar ook om de intentie binnen het gehele proces
van content maken.
  • Geeft de directie carte blanche of kan deze terugfluiten als
    het te eng wordt?
  • Willen interne stakeholders zich tegen alle aspecten van de
    content aan bemoeien?
  • Met welk doel willen zij iets online hebben?

Maak daar afspraken over.
  • Het is de intentie van communicatie om…
  • Het is de intentie van de directie om…
  • Het is de intentie van marketing om…

Zit niet iedereen met dezelfde intentie in het project vanaf
het begin, dan zorgt dit voor gedoe verderop.
Marketing zat er met een andere gedachte in dan
communicatie.
De directie had toch iets anders gedacht bij dit stukje.
Legal was toch wel geschrokken van de open communicatie.
Voor je het weet is je content toch weer een compromis.
Zoals ik in het begin al zei: Intentie schijnt door in je
content.
En het tast dus het vertrouwen van je klant aan als je niet met de juiste intentie begint.
Die klant ziet direct dat de intentie niet is ‘een oplossing voor
zijn of haar probleem te leveren’
, maar dat er vooral wordt gejaagd op meer
sales of gebedeld om likes.
Je kunt er nog zoveel lagen vernis over smeren, de onderlaag
blijft altijd zichtbaar.

Intentie.
It IS a bitch. 

Jargon killen? Dat doen we op z’n Rotterdamst tijdens Social Media Week Rotterdam #smwrdam

Voor het eerst in de Benelux: Social Media Week. En wel in Rotterdam! In de week van 22 t/m 26 september is Rotterdam het epicentrum van social media in de Benelux. Social Media Week is een internationaal inspiratiecongres en vindt twee keer per jaar plaats in steden zoals New York, Berlijn, Londen en Tokyo. 

Het inspiratiecongres over social media en innovatie ontstond vijf jaar geleden in New York. Tweemaal per jaar wordt het, in meer dan 20 steden wereldwijd, georganiseerd. Het thema van deze editie is ‘The Future of Now’.






In september wordt het evenement op 20 plekken tegelijkertijd georganiseerd in steden als Sydney, Johannesburg, Berlijn en London. In vijf dagen proberen interessante sprekers en sponsoren antwoord te krijgen op vragen als: hoe zorgen we ervoor dat technologie ons méér tijd en focus geeft, in plaats van steeds minder? En hoe zetten we technologie in om echt sociaal te zijn, zowel privé als zakelijk?



Dagthema’s
Social Media Week Rotterdam duurt 5 dagen. Deze thema’s staan centraal:
Maandag 22 september: Very Social Person kickoff event
Dinsdag 23 september: Government & Society
Woensdag 24 september: Education & Business
Donderdag 25 september: Sport & Leisure
Vrijdag 26 september: Culture & Music

Op 23 september mag ik de zaal inspireren tijdens een sessie Jargon Killen. Kom zeker even langs.

The Dejargonizer – Chrome Plugin voor Marketing Bullshit

Mensen die mij al wat langer volgen, weten dat ik een duidelijk stokpaardje heb: jargon is onzinnig en onnodig en jaagt klanten weg. Gelukkig ben ik niet de enige die zo denkt. Zo kwam ik via Google Plus – dank je Rick Maresch – achter het bestaan van de volgende plug-in voor Chrome. The Dejargonizer.

The Dejargonizer

Wat doet de Dejargonizer?
Heb je de plugin geïnstalleerd, dan worden bekende marketingtermen met geel aangegeven. Ga je hier met je muis overheen, dan volgt een korte uitleg van de term. Hieronder een voorbeeld van de Marketingfacts-site.

Dejargonizer aan het werk

Een crowdsourced anti-jargon plugin?
Hoewel the Dejargonizer alleen let op marketingtermen is het idee om jargon inzichtelijk te maken en te voorzien van een directe vertaling op de website een idee dat hoopvol stemt. Het heeft in mijn ogen veel potentie. Meer dan een leuke gimmick.

De vertaling van het jargon ligt nu nog in de handen van de mensen achter the Dejargonizer. Ze nodigen gebruikers uit om zelf woorden aan te leveren die een vertaling kunnen gebruiken en zij zorgen voor een heldere vertaling.

Maar waarom stoppen bij marketing? En waarom zelf doen? Met alle commentaarsystemen die vandaag de dag op sites mogelijk zijn – kijk bijvoorbeeld eens bij Medium.com – zie ik mogelijkheden voor klanten om zelf input te leveren voor de vertaling van jargon naar menselijke taal.

Ik houd in ieder geval deze plug-in de komende tijd in de gaten.

Engaged Time, Attention Minutes en Scroll Depth: naar een nieuwe metric voor content

Heb ik je direct te pakken met een prikkelende kop? En blijf je tot het einde betrokken? Heb je alles gelezen tot de aller-, allerlaatste regel? Als online copywriter ben ik constant bezig met de mate waarin mijn tekst mijn publiek kan boeien. Maar exact meten en dus meetbaar aantonen dat mijn werk effectief is, kan ik (nog) niet. 

A. Omdat ik geen analyticus ben, maar iemand die speelt met tekst. 
B. Omdat veel metrics voor content totale onzin zijn voor online copywriters.
We hebben rond onze content veel metrics benoemd om een waarde te koppelen aan de zogenaamde betrokkenheid of engagement van de lezer. Natuurlijk hebben deze metingen hun waarde om aan te tonen DAT mensen naar onze website komen. 
• Dat mensen op een pagina landen. 
• En dat mensen daarna verder de website in zijn gegaan of niet. 

Traffic en pagina’s

Maar eigenlijk zeggen ze nog niet genoeg. De focus ligt te veel op het genereren van traffic. We blijven hangen op paginaniveau. We meten niet wat de lezer doet met onze content als deze eenmaal is geland. We kijken naar bounce rate, time on site en pages per visit, maar zoomen niet in op de content zelf. 

Social Shares

Een metric – waar we sinds de opkomst van Social Media meer en meer waarde aan hechten – is bijvoorbeeld Social Shares. We rapporten tweets, likes, plus 1’s en pins als graadmeter voor de kracht van onze content. Recentelijk wierp Tony Haile, CEO van Chartbeat via Twitter echter dit bommetje

“We’ve found effectively no correlation between social shares and people actually reading.” 

“Er is uiteraard een verband tussen het aantal tweets en het totale volume aan dataverkeer dat naar een artikel gaat”, legt hoofdonderzoeker Josh Schwartz van Chartbeat uit. Een correlatie tussen het daadwerkelijke consumeren van het artikel en het delen daarvan is er echter niet.”

Delen, delen, delen

We delen wel, maar lezen niet. Toch rapporteren we Social Shares. Het geeft inzicht in de mate waarin lezers onze content waardevol genoeg vinden om te delen, maar dat kan ook alleen door een prikkelende kop komen. Of een goed geformuleerde tweet. Of gewoon omdat we de persoon aardig vinden. 

Een betrokken lezer?

Is de lezer daarmee betrokken bij onze content? Nog niet. De viraliteit van geschreven content zegt niets over de mate waarin een artikel is gelezen. Viraliteit staat niet gelijk aan relevantie voor de lezer. Er bestaat geen correlatie tussen social shares en daadwerkelijk lezen. Niet handig als je aan wilt tonen dat een tekst effectief is – de basis blijft een aanname.

En die andere metingen?

Kijken we naar wat andere meetpunten, dan komen we ook al niet veel verder…
• Wat zeggen unieke bezoekers over de kwaliteit van onze content? We hebben bezoekers weten te trekken. 
• Wat zeggen page views over de kwaliteit van onze content? De bezoeker heeft rondgekeken. 
• Wat zegt de tijd op de site per bezoeker over de kwaliteit van onze content? De bezoeker is een bepaalde hoeveelheid tijd op onze site geweest. Maar is de lezer al die tijd bezig met lezen? 
• Wat zegt Bounce Rate over de kwaliteit van onze content? De bezoeker heeft maar één pagina bekeken. Ja, maar als die pagina onze tekst bevat?
 
Allemaal logische meetmanieren, maar geen enkele zegt iets over de kwaliteit van onze content. Terugkerende bezoekers laat wel iets zien. Blijkbaar doen we iets goed. Maar echt de diepte in gaan? Echt aantonen dat onze teksten werken? 

Engagement op paginaniveau

De fout is eenvoudig; Google meet engagement – verbinding of boeien – pas als een bezoeker tussen pagina’s beweegt.  Ze gaan niet in op wat er gebeurt OP de pagina. Niet in op de content. En al helemaal niet op de vraag of deze boeiend is. Ze zoomen in op clicks, op gedrag, maar niet op de interactie van de lezer met mijn tekst. Als online copywriter heb ik geen meetmanier om het succes van mijn tekst aan te tonen. 
Of toch wel? 

Enter Medium

Recentelijk ben ik gaan bloggen via Medium. Een mooi, droog blogplatform zonder al te veel poespas, maar wel met stats waar ik iets mee kan. Medium geeft mij namelijk inzicht in: 
• views, 
• reads 
• en read ratio. 
Hoeveel mensen hebben de post alleen bekeken? Hoeveel hebben mijn post ook echt gelezen? En dit zorgt voor een percentage – ratio lezers tegenover niet-lezers. Inzichtelijke informatie en meer dan ik tot nu toe kon distilleren uit mijn Analytics. 

Maar hoe doen ze dat?

Al snel werd ik nieuwsgierig en dook ik eens in de meetmethode van Medium. Ze zijn er zelf redelijk open over, zoals te lezen is in Medium’s metric that matters: Total Time Reading. “At Medium, our number is Total Time Reading, or TTR”, aldus Pete Davies bij Medium Data Lab. “At Medium, we optimize for the time that people spend reading.” 
Hoe doen ze dat precies? “We measure every user interaction with every post. Most of this is done by periodically recording scroll positions. We pipe this data into our data warehouse, where offline processing aggregates the time spent reading (or our best guess of it): we infer when a reader started reading, when they paused, and when they stopped altogether.” 
In zijn blogpost heeft Pete Davies het over  Chartbeat. Dus daar ook maar eens gekeken. 

Engaged Time

“A click is not a unit of time”, kopt een van de pagina’s op de website van Chartbeat al direct helder. En daarmee hebben ze een punt. Clicks zeggen niets over de hoeveelheid tijd die we hebben met onze lezer. “Looking at just impressions and clicks don’t tell you if someone spent time consuming your message. When your goal is quality time with a quality audience, you need to measure time. That’s why we built Engaged Time.” 

En hoe meet je dat?

Hoe dat in zijn werk gaat? “We silently ping every single visitor’s browser every few seconds to check what they’re doing. First, we look to see if a browser tab is active or inactive—are they there or grabbing a cup of coffee in the kitchen?—and then we look for a few key triggers, such as moving or clicking a mouse, typing on a keyboard, or watching an on-page video. It’s pretty different from traditional time on page, which estimates how long users keep pages open, rather than how long they actually engage with pages.” 

Attention Minutes

Ook Upworthy heeft zich gestort op het meten van tijd onder de noemer Attention Minutes: “We built Attention Minutes to look at a wide range of signals — everything from video player signals about whether a video is currently playing, to a user’s mouse movements, to which browser tab is currently open — to determine whether the user is still engaged. The result is a fine-grained and unforgiving metric that tells us whether people are really engaged with our content or whether they’ve moved on to the next thing.” 

Totale aandacht per stuk

In de blogpost “What Uniques And Pageviews Leave Out (And Why We’re Measuring Attention Minutes Instead)” gaat Upworthy nog iets dieper in op hun Attention Minutes. “We plan to track attention minutes in two forms: Total Attention on Site (per hour, day, week, month, whatever) — that tells us (like total uniques or total pageviews) how good of a job Upworthy is doing overall at drawing attention to important topics.” En nu wordt het voor copywriters interessant: “And Total Attention per Piece, which is a combination of how many people watch something on Upworthy and how much of it they actually watch. Pieces with higher Total Attention should be promoted more.”
Met deze meettechnieken kunnen we iets zeggen over tijd, maar een ander interessante meetmethode voor de analyse van je content is Scroll Depth. Met andere woorden: hoe ver is de lezer gekomen in je content? Door dit te analyseren kun je plekken ontdekken waar de lezer de aandacht verliest en deze aanpassen. 

Scroll Depth

In deze blogpost legt Daniel Page uit waarom we Scroll Depth niet kunnen negeren.  “Scroll depth is how far a user progressed down a page. Knowing the point at which users decide to commit or leave is important. Without that data, it’s difficult to know what about the site they approved of or what turned them off. Knowing where users make up their mind in either direction can be used to refine site content, calls to action and information architecture to minimize the nopes and maximize the yays.” 

Het totale plaatje

Zeker over langere termijn krijgen we inzicht in de effectiviteit van onze teksten: “Of course, one measurement is not sufficient evidence, but over time, by tracking scroll depth, we can form an aggregate picture of the effective and ineffective elements on a site. Rather than shooting in the dark with our split testing, we can target our variants on those elements positioned at the points on a page that are making a difference.”
Wil je zelf aan de slag met Scroll Depth? Kijk dan hier eens: (ik heb het zelf nog niet aan de praat gekregen ;-))

Conclusie:

Het is voor online copywriters essentieel aan te kunnen tonen dat hun teksten het verschil maken. We leven in de tijd van meten is weten. Door de tijd die een lezer actief betrokken is bij onze tekst en de hoeveelheid tekst die ze hebben geconsumeerd, meetbaar te maken, kunnen we ons belang aantonen. Meer nog dan pageviews, laten Engaged Time, Attention Minutes en Scroll Depth zien of we slagen of falen. Want uiteindelijk draait het maar om een vraag: Is onze lezer betrokken bij onze content?

Wacht nog even met Content. Intentie is Koning.

Content is Koning. Context is Koning. Relevantie is Koning. Er zijn al heel wat Koningen uitgeroepen de afgelopen jaren op het Internetse. Helaas. Doe eerst maar een stapje terug. Intentie is Koning. Nog voor je iets de wereld in mag slingeren, zul je moeten nadenken over je intentie. 



Waarom?
Precies. Waarom. Denk eerst maar na over de Waarom-vraag. Waarom gaan we dit doen?

En wees eerlijk. Want intentie is doorzichtig. Als je niet het beste met je lezer voor hebt, doorziet deze dat direct.

Als je niet het beste met je lezer voor hebt, doorziet deze dat direct. Tweet dit

Intentie is de werkelijke bedoeling. En die is moeilijk te verhullen. Het is als een glimlach die niet echt  is, het valt op. We zien dat het niet klopt.

Is het je intentie iets aan je lezer te verkopen, dan schijnt dit door in je teksten.
Is het je intentie om je lezer te helpen, dan schijnt dit door in je teksten.
Niemand zal het erg vinden dat je probeert te verkopen, als het maar helder is. Als de intentie maar duidelijk is.

Voor je dus meedoet aan de grote contentmarketinggolf van 2014, check eerst even je intentie.

The King Is Dead, Long Live The King!

2014: het einde van jargon op je website

Mensen die mij al wat langer volgen, weten dat ik één duidelijk stokpaardje heb: jargon is volstrekt onnodig en overbodig. Jargon zorgt voor onleesbare websites, voor onduidelijkheid, voor verwarring en het zorgt dat de klant naar een andere website gaat die wel helder is. Jargon kost zo geld, tijd, klanten en aanzien. Toch heb ik de afgelopen tijd veel tegenwerpingen gekregen waarom jargon juist wel moet.
Ik zal ze hieronder ontzenuwen. En als we het dan eenmaal eens zijn over jargon? Zullen we er dan eens mee ophouden? Zet maar op je goede voornemens: jargon afschaffen in 2014. Jargon staat voor hoogmoed. Voor niet nadenken. Voor blindelings papegaaien.
Kortom jargon staat voor luiheid en getuigt van weinig respect voor de klant.

Over ons

Voor we verder ingaan op het ontzenuwen van alle redenen om wel jargon te gebruiken: gebruik gerust jargon. Stop het alleen heel ver weg op je website. Ergens onder de pagina’s die niemand leest. Bijvoorbeeld bij ‘Over ons’. Stop daar al je jargon. En kijk zo nu en dan naar Google Analytics om te zien hoe weinig mensen dat daadwerkelijk lezen.
Maar houd het vooral uit het primaire proces van je klant. Verstoor de toptaak van je klant niet met vaagheden, wolligheid en jargon.
Gaan we nu verder met de tegenwerpingen.

Ja maar, het moet van de interne specialisten

Binnen elke organisatie heb je de inhoudelijke experts met hun persoonlijke portefeuille. Zij zijn ingelezen en volledig op de hoogte van de ontwikkelingen binnen hun specialistische vakgebied. En het is mooi dat zij er zijn om iedereen op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen. Zonder hen geen inzicht in dat deel van de markt.
Maar… geef de interne specialisten vooral geen ruimte op de website. Want dan nemen ze het taalgebruik van hun niche mee naar een algemeen publiek. Een publiek dat daar niet op zit te wachten. In ieder geval niet bij het uitvoeren van hun toptaak.
Of het nu gaat om dienstverlening, de overheid of een commerciële omgeving, houd de inhoudelijke specialisten ver van de website. Ze kunnen allerlei redenen noemen waarom hun informatie op de site moet, alleen moet daar eerst een vertaalslag over worden gemaakt om al het jargon er uit te vissen. Gebruik de kennis van interne specialisten als achtergrond en respecteer ze als bron van oneindige wijsheid over hun niche. Maar laat het vertalen van die kennis over aan communicatie of de webredactie.

Ja maar, het moet van de branche

Vanuit de inhoudelijke specialisten komt vaak ook de tegenwerping: maar zo praten we allemaal in deze branche! Dat is leuk, maar ook een kwestie van gewenning en een bepaalde mate van luiheid. Verander nooit iets aan de manier waarop we praten en we kunnen nog jaren vooruit met jargon.
Maar wat als we er eens mee ophouden? Gewoon, omdat het kan.
Wat als iemand binnen de branche zijn klanten niet vermoeit met jargon? Wat voor gevolgen heeft dat voor die onderneming? Valt deze opeens om? Of valt deze juist op?
Door helderheid te bieden in plaats van vaagheid?
Door menselijk te klinken in plaats van afstandelijk?
Door met de klant te praten in plaats van op de klant neer te praten?
Wat voor gevolgen heeft dat?
Ik denk dat zo’n organisatie positief opvalt. Je hebt nu de kans de eerste te zijn die helder en menselijk communiceert. Met respect voor de klant en zonder jargon. En dat alleen levert al heel wat goodwill op.

Ja maar, het moet van de wet

Hier komen we op glad ijs, want niemand wil gedoe met de wet. Volgens de wet moeten uiteenlopende bepalingen en algemene voorwaarden zichtbaar zijn op een website. Denk maar aan het gedoe rond cookie-meldingen. Maar ook als je een webshop hebt, kom je zulke regels tegen. Of als je een beroep uitvoert waarvoor je bevoegd moet zijn, zoals arts. Vanuit de wet worden dan eisen gesteld aan de informatie die je levert.
Het zorgt voor de onwaarschijnlijke tussenkomst van een juridische afdeling bij online communicatie. Teksten die relatief ongevaarlijk lijken, worden opeens op een juridische weegschaal gelegd. En meestal komt dat de communicatiekracht van die teksten niet ten goede.
Blindelings het wettelijke jargon plaatsen, is echter niet de beste oplossing. Zoek dus de middenweg. Maak een vertaling van de wettelijke vereisten naar een communicatieve vorm. Vertaal het jargon naar een heldere tekst en val zo op. “Goh, hun algemene voorwaarden zijn eigenlijk best goed te lezen!”.

Ja maar, het moet van de techniek

Zodra we over techniek praten, is jargon haast niet meer te vermijden. Of het nu gaat over de techniek in de auto, in je computer, je stereo of van je software; de teksten staan vol jargon, afkortingen, cijfers en marketingtaal. Helaas vallen veel technische ondernemingen in dezelfde valkuil. Ze verkopen specificaties in plaats van voordelen.
Techniek is echter simpel. Wordt mijn leven er beter van? Gaat het sneller? Draagt het bij aan mijn doelen? Kan het beter, sneller, goedkoper en eenvoudiger? Techniek moet het doen. En die specificaties? Die stop je lekker in een PDF en bied je aan als download. Laat de mensen zelf kiezen of ze zich willen onderdompelen in alle kleine nerderige details. Maar ga er niet van uit dat ze deze automatisch op hun pagina willen hebben.

Conclusie

Jargon is overbodig en zorgt in het ergste geval voor wantrouwen bij de lezer. ”Waarom verbergen ze zich achter zulke moeilijke woorden?” “Waarom praten ze niet gewoon helder?” “Waarom praten ze niet gewoon menselijk?” “Waarom praten ze niet op hun website, zoals we met elkaar praten?”
Maak 2014 het jaar waarin je jargon afschaft. Je hebt nu de munitie.
Deze blogpost is eerder verschenen op 42bis.nl

Het niet officiële, maar daarom niet minder #MijnMoment 2013

Op de website Mijn Moment van Henk-Jan Winkeldermaat vertellen mensen uit zijn kring over Het Moment van dat jaar. Een leuke traditie die al heel wat jaren zorgt voor veel tranen, maar ook voor momenten van herkenning en een glimlach. Een fijn rustpunt aan het einde van het jaar. Een mooi format en eentje waar ik graag aan bijdraag. Alleen ken ik Henk-Jan niet en kent Henk-Jan mij niet, dus doe ik het maar even op mijn eigen blog.

*Tot zover de disclaimer.

Mijn Moment van 2013 is: het hele jaar 2013.

Ik werd op 1 januari 2013 wakker en wist: dit jaar gaat het gebeuren! Zeker weten. Vreemd genoeg weet je het soms gewoon.

We waren ondertussen al 5 jaar op zoek naar een andere woning. Vijf jaar van bezichtigen. Van vroeg opstaan en slaperig in de trein stappen. En we hadden de moed bijna opgegeven.

We wilden weg uit ons appartement in Rotterdam. Het was te klein geworden. We wilden weg uit de Randstad. Weg uit de uitlaatgassen. We wilden gaan wonen in… Groningen. Jawel. In het Hoge Noorden. Of zoals mijn vrienden het noemen: North of the Wall.

Waar altijd meer lucht te zien is dan grond. Waar onze dochters buiten kunnen spelen. Waar we eindelijk onze tuin zouden hebben. Onze bloemen en groente. Waar het stil is. Waar we rust zouden vinden.

Maar dankzij de crisis was hier al meerdere malen een dikke streep door gezet. Wegbezuinigd. Contract niet verlengd. Zelfstandig geworden. Allemaal niet echt een solide basis om zo een grote stap mee te zetten.

Toch wist ik op 1 januari al: het gaat gewoon gebeuren. We gaan het gewoon doen. Onze droom komt uit.

En dus stonden we op een hele koude ochtend 6 januari 2013 met klapperende tanden te wachten op een makelaar. Alweer de eerste trein naar het Noorden. Voor weer een bezichtiging. Voor weer een rondleiding. Hoeveel huizen hadden we al niet gezien? Voor weer dat moment waarop je elkaar aankijkt en weet: dit is NIET het juiste huis?

Alleen was het huis, het juiste huis.

Alles klopte. De hoge plafonds. De vele ramen. De grote tuin. Natuurlijk moest de hoogpolige vloerbedekking eruit. En moest het behang uit de jaren 70 weg. En zouden we nog wel even bezig zijn met de tuin. Maar in de basis voelde het goed. Daar moet je gewoon even doorheen kijken.

Maar ja, twee zelfstandigen en een huis kopen? Midden in een crisis? Met een hoogzwangere vrouw? Is dat slim? Waarschijnlijk niet. Geen bank die met ons in zee zou gaan. U bent allebei zelfstandig? En u heeft nog maar twee jaar uw eigen onderneming meneer? En uw vrouw is hoogzwanger? Ze zouden ons uitlachen.

Alleen hebben ze ons niet uitgelachen.

24 juli. Dat was de datum waarop we zouden verhuizen. Alleen besloot Dochter 2 eerst te komen. Dus hebben we de verhuizing maar even uitgesteld tot september. Leek ons toch wat slimmer.

Dochter 2 is nog geboren in Rotterdam. Maar uiteindelijk zijn we in september in de auto gestapt en zijn we naar Groningen gereden. Naar het Hoge Noorden. North of the Wall en zijn we in ons huis getrokken.

Het is nu 29 december. Ik heb de hele dag staan krabben en schuren. Mijn vrouw heeft staan schilderen. Dochter 1 is uit logeren. Dochter 2 ligt in een andere kamer vredig te slapen. De hoogpolige vloerbedekking is weg. De vijf lagen behang zijn ook verdwenen. Maar er is nog genoeg te doen.

2013 is het jaar geworden van de grote sprong. We hebben het maar gewoon gedaan. Het is nog elke dag spannend. Maar we zijn thuis.